Kalender

januari 2012
M D W D V Z Z
« dec    
 1
2345678
9101112131415
16171819202122
23242526272829
3031  

Doen jullie mee? Was de vraag op Twitter met een link naar waar ik dan aan mee kon doen.

Het was vroeg in de ochtend. De randen van de dag waarin je als ouder het rijk nog even alleen hebt, zolang de kinderen nog in hun schuldeloze pre-waakslaap verkeren. Toen het onder andere aan mij geadresseerde Twitterberichtje met zachte marimbaklanken onder mijn aandacht kwam en me naar bovenstaande site lokte.

En zo stond ik onder de douche. Me afvragend of ik hier nu iets mee moest en ik moest al zoveel en toch kon ik mijn hersenen niet in toom houden. Die waren al vrolijk bubbelend en meanderend woorden en beelden aan het oproepen en verkennen, rondom het thema ontmoeting. Uitwaaierend en terugkerend als postduiven op een missie dikten mijn fantasieën zich in tot:
Hij en Ik
en het meest markante moment van de ontmoeting.
De lengte van een douche, dat kon je nauwelijks ‘moeten’ noemen. De kritische evaluator achterwege latend, tikte ik mijn tweet, nog in dezelfde stroom van de allereerste impuls die mijn hersenen aan het huppelen hadden gebracht.

En ach ja hoe moest je ook alweer nieuwe regels maken, geen idee, dan maar met hoofdletters een nieuwe regel aangeduid. Wie je was | Toonde je rug | Meer dan je gezicht.

Het was klaar.
Hoe klaar het was, ondervond ik vandaag toen de Twitteraar die me uitnodigde mee te doen mij erop attent maakte dat ik ergens stond vermeld, met een LINKJE erbij. Zonder een clou van wat ik zou aantreffen, vond ik mijn eigen woorden terug tussen de Twittergedichten van anderen.

En zo kwam mijn impuls weer bij mij terug. En zette me opnieuw in beweging.

 

 

 

We schaffen huiswerk voor kinderen af.
Huis is thuis. En daar leef je. Daar moet je veilig zijn. Vrolijk. Gelukkig. Geliefd. Vrij.
Niet voor niets is het woord “overwerk” uitgevonden. Dat is werk dat je doet buiten de uren die voor werk bestemd zijn.
Huiswerkuren zijn overuren.
En niet voor niets is het begrip work-life balance in zwang gekomen.
Huiswerk verstoort de work-life balance.

Hoe kom ik bij deze wens? Mijn middelbare schooltijd ligt al geruime tijd achter me. Ik ben zelfstandig ondernemer en verantwoordelijk voor mijn eigen work-life balance.

Ik heb twee kinderen.
Gisteren hoorde ik mezelf tegen mijn dochter zeggen dat het heel normaal is dat ze school niet meer zo leuk vindt. Dat heel veel kinderen school niet zo leuk vinden. Dat je daar veel dingen moet leren waar je nu nog niet zo makkelijk van kunt zien waar je ze voor nodig hebt. Dat het de kunst is je schooltijd zelf plezierig te maken. Bijvoorbeeld door leuke contacten met vriendinnetjes, vriendjes. En door veel aandacht te besteden aan de dingen die je wel leuk vindt, ook al zijn het misschien maar kleine dingen, verdeeld over de dag.
Ze knikte gedwee. Ogen nog vol verdrietigheid, omdat ze net voor zichzelf tot de conclusie was gekomen dat ze school niet meer leuk vindt. En weet wat voor problemen het kan opleveren als je niet naar school gaat.
En hoe lang ze nog voor de boeg heeft.

Dat verdriet stak mij aan.
Hoe kan het toch, dat we in al die jaren en met alle wijsheid, er nog niet in zijn geslaagd het onderwijs leuk en aantrekkelijk te maken voor de groep waarvoor het is bedoeld: kinderen?
Een van de bloggers in mijn omgeving schreef over zijn eigen (fictieve) dood en wat hij achterliet.
Er zijn kinderen die nooit oud worden. En wat heb je als kind dan met je leven gedaan? Heb je het beste uit jezelf kunnen halen? Ben je verrijkt? Ben je gegroeid, en dan bedoel ik niet alleen lichamelijk? Heb je geleerd om met jezelf om te gaan? En met anderen? Heb je genoten van alles wat de aarde te bieden heeft? Ben je lekker veel buiten geweest? Heb je genoeg ontdekt? Heb je kunnen uitproberen wat je allemaal kunt? Motorisch, psychisch? Met je ogen, je oren, je mond, je tong, je vingers en tenen, je spieren en ingewanden?

Het is des te treuriger omdat er heel veel onderwijsprofessionals zijn die van hun vak houden en het beste voor hebben met het onderwijs. En alle onderwijshervormingen ten spijt, zijn we nog niet beland in een situatie waarin kinderen snakken naar onderwijs; die dringen om het schoolgebouw binnen te mogen; die zich gezien, gehoord en geliefd voelen en in staat worden gesteld tot volle bloei te komen.

Daar gaat dit blogbericht niets aan veranderen.
Dit bericht gaat over een wens. En die wens is: schaf het huiswerk af. Wat er geleerd moet worden op de ernstig beperkte manier waarop dat nu gebeurt, dat moet maar binnen work-tijd. Life-tijd is voor thuis. En huiswerk hoort daar niet bij.

Over #WOT (Write On Thursday): http://www.met-k.com/2012/01/12/write-on-thursday-wot-2/

 

Het is stil in huis.
De anderen slapen nog.
Nog even zijn alle ruimten onaangeroerd door wat deze dag brengen gaat.
Afwachting.
Zonder verwachtingen.
Die door de tijd kunnen worden ingehaald.
Ben ik nog even.
In de voortijd.

Wie ben jij eigenlijk.

Die vraag wordt me als actrice wel eens gesteld, met name op het moment dat mensen zich verwonderen over hoe ik kort daarvoor een transformatie liet zien van mijzelf als trainingsactrice die nog geen personage speelt, naar personage en daarna weer terug.
Voor mij is het glashelder wie ik ben. Ik ben alles wat ik doe en een van de dingen die ik kan doen is een rol aannemen. Die verschillende rollen kan ik goed onderscheiden. Van elkaar. En van wat ik in het dagelijks gebruik ‘ik’ noem.
Toch herken ik wat ik las in het blog van Steven Gort  over hoe hij iets deed waarvan hij later vond dat het niet bij hem paste, sterker nog: waarvan hij vond dat hij zichzelf ermee had verloochend.

Een herkenbaar fenomeen, dat vooral lijkt te ontstaan op het moment dat er een vorm van verantwoording speelt (ten opzichte van jezelf of van anderen).

De politicus die zegt: “Met de kennis van nu zou ik anders beslissen.”
De verdachte die tegen de rechter zegt: “Ik was mezelf niet.”
Twee mensen die de nacht deelden en zeggen: “Normaal doe ik dit nooit.”

Als je schrijft “ik had die tweet liever niet geschreven, want dit ben ik niet echt,” wie tweette het dan?

Intrigerend is dat zo’n statement suggereert dat er twee entiteiten zijn. De ‘ik’ die als echt wordt beleefd en een andere entiteit die die ‘ik’ dus kan verloochenen door iets te doen wat ‘niet echt ik’ is.

Ik moet ook denken aan wat Argyris schrijft over twee soorten actietheorieën: je voorkeurstheorie en je gebruikstheorie.

Je voorkeurstheorie is hoe je over jezelf verklaart: zo ben ik, zo denk ik over hoe je moet doen. En je gebruikstheorie is de actietheorie die uit je gedrag kan worden opgemaakt.
Een actietheorie is kort gezegd de logica omtrent gedrag: als ik x doe, gebeurt er y.
Zo kan onderdeel van je voorkeurstheorie zijn: ‘ik ben iemand die zegt waar het op staat,’ en kun je achteraf tweets van jezelf teruglezen waaruit je opmaakt: ik zeg niet altijd waar het op staat. Op het moment dat je doet wat niet overeenkomt met je voorkeurstheorie, is je gebruikstheorie in werking.
Je gebruikstheorie, zo ontdekte Argyris, wordt vaker gevoed door defensieve motieven. Bijvoorbeeld de behoefte om controle te houden, liever te winnen dan te verliezen, gezichtsverlies te voorkomen bij jezelf en anderen, rationeel te blijven in tegenstelling tot je emotioneel tonen.
Zo kan het zijn dat je je(voorkeurs)zelf verloochent, omdat dat andere stuk van jou in enkele seconden inschatte dat het nodig was je te beschermen en je aanzette om iets anders te zeggen of te doen dan je eigenlijk vindt dat je moet doen of zegt te willen.
Meestal gebeurt dat op grond van beperkt informatie. De beschermingsroutine is grotendeels geautomatiseerd om vooral geen tijd verloren te laten gaan (tijd waarin veronderstelde schade kan ontstaan). Als er later tijd is om meer informatie te betrekken, kan het dus zijn dat je erop terugkomt of afstand neemt van wat je deed.

Er zijn wetenschappers die stellen dat de vrije wil niet bestaat. In dat geval wordt het helemaal moeilijk te spreken van een ik en een niet-ik.

Chicken out

Als ik aan een kip denk, denk ik aan de karakteristieke motoriek. Kop naar voren, kop naar achteren. Ik ben er ik ben er niet ik ben er ik ben er niet.
Al is een deel van ons gedrag geautomatiseerd en kan het verdraaid lastig zijn om een voet tussen de deur van dat automatisme te krijgen, mijn voorstel is toch: let’s not chicken out.

Iets kan misschien meer of minder goed voelen, toch ga ik er voor het gemak vanuit dat alles wat je doet en laat hoort bij ‘jezelf’. Je kunt het niemand anders toeschrijven, het behoort ook niet toe aan de openbare ruimte, dus wat je doet ben je zelf.
Op het moment dat we het deden hadden we er goede redenen voor. Als die zich aan ons zicht onttrekken: laten we die redenen dan leren kennen. En ze herkennen als ze zich weer aandienen op een volgend beslismoment. En zo onszelf al doende vormgeven. En onszelf niet in de steek laten. Noch de verantwoordelijkheid voor wat we doen ergens anders leggen dan bij onszelf.
Dat doen er al genoeg.

Update op Tweede Kerstdag.

Een blog over delen, waar niet op gereageerd kan worden… Een contradictie in zichzelf. Opnieuw geplaatst. Nu open voor reacties.
 

Eerste kerstdag. 2011.

Zo’n periode in het jaar dat het woord ‘delen’ net wat vaker valt dan in andere periodes.
Vandaag wat uren gedeeld met familie.
Na thuiskomst zie ik wat deze en gene op Twitter heeft gedeeld.
Ik stuit op een blog van een van mijn favoriete Twitteraars, die spijt heeft van iets wat hij heeft gedeeld.

Ik was van huis uit geen deler.
Er lag een gevaar in delen. Delen van informatie. Van gevoel. Van gedachten. Van wat echt belangrijk voor je is.
Delen deed je niet. Niet met vreemde mensen.
Je hangt de vuile was niet buiten. Je laat je niet in de kaart kijken.

Zoals mensen die niet willen dat je een foto van ze maakt. Alsof je daarmee een stuk van hun wezen afpakt.

Er is iets aparts met delen.
Je zou denken dat zodra je deelt, je iets hebt gegeven en daarmee is het niet meer van jou. Maar je merkt pas wat het je kost als de ander er niet goed mee omgaat. Als die ervoor bedankt bijvoorbeeld. Dan merk je de pijn die verbonden is aan wat je eerder weggaf. Alsof het toch nog aan je vast zat, en met een venijnige ruk van je af wordt getrokken, terwijl die ander het juist niet hebben wil.
Of als de ander dat wat je deelt hernoemt, vervormt, etiketteert waardoor het onherkenbaar voor je wordt, terwijl je weet dat het eerder van jou was.
Dat scheurt. Dat schuurt.

Als delen verlies wordt.

Er is een uitspraak: “ik heb liever spijt van iets dat ik heb gedaan dan iets dat ik heb nagelaten.”
En ik denk dat ik het daar mee eens ben.
Dus moet ik een grote meid zijn als ik deel en de ander laat mijn gedeelte vallen, verwelken of verrotten.
Eens gegeven blijft gegeven.

Ik deel.
En het fijnst is als wat ik deel ergens een plekje mag vinden. Een onderkomen. Waar het vriendelijk wordt ontvangen. Veilig en beschut verder groeit. Een eigen leven mag leiden zonder dat het van mij vervreemd (ontvreemd) raakt.

En ik draag mijn verliezen. De gedeeltes die niet in goede aarde vielen. Zoals een boom kwistig strooit en weet dat niet alles wortel schiet.
En maar goed ook.

Kruin omhoog, blad naar het licht, wortels in de grond.

Dank je wel.
Voor het delen.

Update op Tweede Kerstdag. Een blog over delen, waar niet op gereageerd kan worden… Een contradictie in zichzelf. Opnieuw geplaatst. Nu open voor reacties.

 

Eerste kerstdag. 2011.

Zo’n periode in het jaar dat het woord ‘delen’ net wat vaker valt dan in andere periodes.
Vandaag wat uren gedeeld met familie.
Na thuiskomst zie ik wat deze en gene op Twitter heeft gedeeld.
Ik stuit op een blog van een van mijn favoriete Twitteraars, die spijt heeft van iets wat hij heeft gedeeld.

Ik was van huis uit geen deler.
Er lag een gevaar in delen. Delen van informatie. Van gevoel. Van gedachten. Van wat echt belangrijk voor je is.
Delen deed je niet. Niet met vreemde mensen.
Je hangt de vuile was niet buiten. Je laat je niet in de kaart kijken.

Zoals mensen die niet willen dat je een foto van ze maakt. Alsof je daarmee een stuk van hun wezen afpakt.

Er is iets aparts met delen.
Je zou denken dat zodra je deelt, je iets hebt gegeven en daarmee is het niet meer van jou. Maar je merkt pas wat het je kost als de ander er niet goed mee omgaat. Als die ervoor bedankt bijvoorbeeld. Dan merk je de pijn die verbonden is aan wat je eerder weggaf. Alsof het toch nog aan je vast zat, en met een venijnige ruk van je af wordt getrokken, terwijl die ander het juist niet hebben wil.
Of als de ander dat wat je deelt hernoemt, vervormt, etiketteert waardoor het onherkenbaar voor je wordt, terwijl je weet dat het eerder van jou was.
Dat scheurt. Dat schuurt.

Als delen verlies wordt.

Er is een uitspraak: “ik heb liever spijt van iets dat ik heb gedaan dan iets dat ik heb nagelaten.”
En ik denk dat ik het daar mee eens ben.
Dus moet ik een grote meid zijn als ik deel en de ander laat mijn gedeelte vallen, verwelken of verrotten.
Eens gegeven blijft gegeven.

Ik deel.
En het fijnst is als wat ik deel ergens een plekje mag vinden. Een onderkomen. Waar het vriendelijk wordt ontvangen. Veilig en beschut verder groeit. Een eigen leven mag leiden zonder dat het van mij vervreemd (ontvreemd) raakt.

En ik draag mijn verliezen. De gedeeltes die niet in goede aarde vielen. Zoals een boom kwistig strooit en weet dat niet alles wortel schiet.
En maar goed ook.

Kruin omhoog, blad naar het licht, wortels in de grond.

Dank je wel.
Voor het delen.

Een tweet, vandaag, over het liedje “Oh Meisje” van Esther Groeneberg, met de bemoediging: “voor alle dames, meisjes en vrouwen”, bracht me bij een ander nummer dat ik eerder ben tegengekomen en dat me raakt, steeds als ik het beluister.
Voor mij gaat het over de worsteling om jezelf te mogen zijn in een omgeving die eisen stelt, kritiek heeft, reguleert, bemoedert, stuwt en stuurt.

Mensen die bij mij komen voor coaching hebben hier allemaal mee te maken op hun eigen manier.
Het blijft een wonderlijk fenomeen: de pijn die je voelt als je niet mag zijn wie je bent. Als je dat zo beleeft. Als je je onder druk gezet voelt. Als je je bekritiseerd voelt. Als je geen ruimte ervaart. Als het lijkt of je geen keuzes kunt maken.

Voor iedereen die zich op deze zondag niet gezien of gehoord voelt, dit nummer:
You’re f*ing perfect. To me.

Deze vraag werd me een paar maanden geleden gesteld door iemand, toen ik net met Twitteren begonnen was. Het was haar man die mij eraan (of erop?) had gekregen.

Vandaag postte ik eerder een bericht naar aanleiding van een mooie TedTalk video over leren, die ik op mijn pagina “docent” had geplaatst. Inspirerende film over hoe kinderen zich totaal onbekende materie eigen maken, door met elkaar te experimenteren met computers die ze nog nooit hadden gezien en met een taal die ze niet machtig waren.

En nu vanavond, zeg ik: “Ja, ik heb wat aan dat Twitter!”
Na drie jaar wiskunde op de middelbare school kon ik het vak laten vallen en die gelegenheid heb ik direct te baat genomen. Wiskunde veroorzaakt kortsluiting in mijn hoofd. Ik maak het te moeilijk of ik doe er te ingewikkeld over, hoe dan ook, mijn hersencellen weigeren om het met een zeker gemak te begrijpen. Dus toen mijn zoon op deze zondagavond zijn laatste opdrachten ging maken en ik hem niet verder kon helpen, stelde ik onze vraag op Twitter en in no time dienden zich twee Twitteraars (liefdevol “tweeps” genoemd, in twitterland) aan die ons door de opgaves heen hielpen.
De brede grijns op het gezicht van mijn zoon en zijn twinkelende ogen bij deze hulp die zomaar vanaf een afstand tot ons kwam, deed me denken aan de kinderen in de video van de TedTalk.
En zo is de cirkel voor vandaag weer rond.
Lang leve mensen die iets voor een ander willen doen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Soms hoef je alleen maar te delen: aan mijn pagina “docent” voegde ik een video toe met een TedTalk van Sugata Mitra. Inspirerend verhaal over leren.

 

Terugspeelmonoloog

In september 2011 riep ik bezoekers van mijn site en Twitter-volgers op mij hun verhaal te sturen. Ik zou dan – zover de tijd dit toeliet – mijn versie van het verhaal ‘terugspelen’ in de vorm van een monoloog op homevideo.
Twee monologen staan online. Bij de video’s staan links naar de oorspronkelijke verhalen die mij werden toegestuurd.

Hieronder staat de videomonoloog van en voor Annelize.
Haar verhaal staat onder de video, in dit bericht.

 


Aanbevolen muziek:

 

Het oorspronkelijke verhaal:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Link naar de website van Annelize.