Loes Wouterson

Ontwerp je leven

SubToMe

Liked this? Follow this blog to get more. 

Archief

Categorieën

Jaap

Verhalen voor Siem

Jaap stuurde me zijn verhaal. Met enige aarzeling:

Ik denk dat ik het wel leuk vind om een klein stukje te schrijven waar je dan een korte monoloog van fabriceert. Je eerdere filmpjes had ik al eens gezien en ik vond ze mooi.

Maar ik ben nogal woord- en toongevoelig en huiverig voor improvisaties. Omdat het natuurlijk om een persoonlijke belevenis gaat met strikt persoonlijke emoties.

 

Dus gebruikte ik zijn tekst vrijwel exact zoals hij me die stuurde.
Dit is het geworden. Het verhaal van Jaap. En Siem.

 
 


   

Share
m4s0n501

blog vast vloeibaar vluchtig

Gisteren kwam deze tweet in me op, terwijl ik me in tijgersluipgang over het internet bewoog om geen verwijt op te lopen.

Vast

Keuzes maken of keuzes eisen: of of. Je bent óf voor óf tegen.

Het lijkt de bedoeling dat je meteen je verontwaardiging uit, een conclusie trekt, partij kiest zodra partijen in het geding zijn. Het is niet de bedoeling dat je nog een vraag stelt, ter verduidelijking bijvoorbeeld, want dan heb je niet begrepen dat je een keuze dient te maken, of erger: het ontbreekt je aan elk gevoel van urgentie, medemenselijkheid, emotie of juist gezond verstand.

Waar komt die behoefte aan vastigheid vandaan?
Vaste baan. Vaste relatie. Vast salaris. Vaste mening. Houvast.
Ook als een vaste keuze veel beperkingen geeft of een ander geweld aandoet, is de winst blijkbaar groter dan het verlies. Er wordt partij gekozen. En opgeroepen dat te doen. En veroordeeld als je het niet doet.

devils-marbles-nt-101

Vluchtig

Misschien is het de afkeer van vluchtigheid. Van met een sisser aflopen. Van oppervlakkigheid. Misschien is dat het waarom de vaste vormen zo worden aangehangen.

Misschien is het daarom dat atheïsten in de US het lastig hebben, zoals ik vandaag las. Als niet in een boek of geschrift staat waar je in gelooft, dan ontsnap je aan elke vorm. Dan vervliegen al je beloftes, omdat je je nergens toe hebt bekend.

Misschien ‘mag’ daarom een politicus niet van mening veranderen. Een partij, een programma, geeft houvast. Om ervoor of ertegen te zijn. Misschien is het daarom dat de term ‘zwevende kiezer’ bijna als een belediging klinkt. Alsof je in het luchtledige verkeert. Niet weet wat je wilt. Het allemaal niet zo goed begrepen hebt.

Een vroegere geliefde was niet tevreden met mijn eerlijke antwoord op hoe ‘vast’ (lees: altijddurend) onze relatie zou zijn.

Vloeibaar

Als twee harde dingen elkaar raken, gaat er altijd iets kapot.

Wat er gebeurt als twee vloeibare stoffen in ‘botsing’ komen, bracht een fotograaf in beeld.

when liquids collide

Het is moeilijk muren bouwen op een grens tussen een rivier en een zee.

Je hebt oordelen nodig om te functioneren, maar in het gebruik ervan is het tijdelijke verloren gegaan. Te vaak ingewisseld voor de permanente staat. De vaste vorm.

Mijn antwoord aan de naar vaste verkering dingende geliefde was destijds: “Ik beloof je duurzaam nu”, omdat ik niet wist hoe ik iets moest vastleggen dat volgens mij altijd in beweging was.
‘Duurzaam nu’ was hem niet vast genoeg. Dat stromen, dat dynamische, die eb en vloed, dat lag hem niet. Liever had hij, zo denk ik nu, de leugen van de vaste vorm. En de waarheid in de vorm van CO, koolstofmonoxide, de sluipmoordenaar onder de vluchtige stoffen. Zo één die je niet aan ziet komen en je werkelijkheid kantelt zonder dat je kunt anticiperen.

Om te leren heb je voorlopigheid van oordelen nodig. Dat is wat ik denk. Op dit moment.
Je oordeelt voor het moment. Van daaruit kom je in beweging. Zie en hoor je nieuwe dingen. Laat je jezelf tegenspreken. Betrek je nieuwe informatie in je gezichtspunt. Zodat het een gezichtspuntkomma wordt. Steeds opnieuw.

En ga je om met steen.

Vloeistof komt overal.

Steen

tekst van Jacques Hamelink

 

Ik sla op de steen, uit alle macht. Dat duurt uren, of dagen, tijdens welke niet de moeheid de grootste bedreiging vormt maar de onwil.
Je moet willen als je met steen te maken krijgt, onvoorwaardelijk en zonder onderbreking willen. Geen versnipperingen toestaan, geen afbrokkeling. Geen moment van inwendig omzien. Geen vergelijking met vroegere situaties, geen afdwalingen.
Om zover te komen is enige oefening nodig. Ik oefende me lange tijd op zachtere en vochtige gesteenten, mergel, zandsteen. Van die naar de hardste vulkanische steensoorten bleek toen maar een stap meer. Ik leerde mijn krachten beheersen door ze te bundelen. De blindelings alle kanten uit waaiende wind in me hield op. Ik wilde.
Je moet de verlangens van de steen leren aanvoelen, de behandeling die hij vraagt. Je moet hem leren zich aan je over te geven, zich aan je toe te vertrouwen, en op slag blijkt zijn hardheid slechts een eigenzinnige ongevoelige fase in zijn bestaan.
Zijn afgezonderdheid, zijn zelfbeslotenheid vermindert. Hij wordt week onder je strelingen (voorbij een bepaald punt worden de dingen simpel. Je streelt zijn hele oppervlakte dan nog alleen met je vingertoppen). Hij verliest zijn vastheid. De kramptoestand wordt opgeheven. Hij golft, hij vloeit uit. Hij stijgt op van de grond, bron van een nieuwe rivier.
Zo heb ik hele gebergten vloeibaar leren maken als mijn hoofd daarnaar stond. En dat was en is maar al te dikwijls het geval, al heb ik tegenwoordig vaak al genoeg aan mijn dagelijkse conditieoefening: na een slag of tien, twaalf, dompel ik mijn hand in basalt waar je met geen houweel een splinter had kunnen afslaan.

 

 

 

Share

“Het moet wel betaalbaar blijven.”
Dat statement hoor ik als grote drijvende kracht achter hoe ons land op dit moment wordt aangestuurd:

‘Mooi dat we ouderen die niet meer zelfstandig kunnen wonen opvangen. Maar het moet wel betaalbaar blijven.’
‘Mooi dat we steeds meer mogelijkheden hebben om ziektes te bestrijden en te genezen. Maar het moet wel betaalbaar blijven.’
‘Goed dat we in een rechtstaat leven en mensen een beroep doen op rechtspraak. Maar het moet wel betaalbaar blijven.’
‘Mooi dat we wetenschappelijke ontdekkingen doen waardoor we technologisch meer kunnen, bijvoorbeeld als het gaat om schonere energie. Maar het moet wel betaalbaar blijven.’
‘Prima dat we onze menselijke kant laten zien als mensen weg moeten vluchten uit een oorlog en opvang zoeken. Maar het moet wel betaalbaar blijven.’
‘Heel aardig: natuur en dieren. Maar het moet wel betaalbaar blijven.’
‘Leuk hoor, dat mensen in staat zijn een gevoelsleven te ontwikkelen, te musiceren, te spelen en te ontwerpen. Maar het moet wel betaalbaar blijven.’
‘Prima dat er steeds meer mogelijkheden zijn om zorg aan jeugd te verlenen die het sociaal of geestelijk moeilijk hebben. Maar het moet wel betaalbaar blijven.’

Het riep de vraag bij me op: wat is ‘het’?
Wat moet er precies betaalbaar blijven? Waar bezuinigen we zo hard voor om ‘het’ te beschermen?
Is ‘het': de tijd tussen dat je geboren wordt en doodgaat?
Is het de bedoeling die tijd zo ‘betaalbaar mogelijk’ door te brengen? Opdat het voor anderen om je heen gedurende de tijd dat je er bent, ook allemaal een beetje betaalbaar blijft?
Rationeel gezien valt er weinig tegenin te brengen. Wat zou er op tegen zijn dat het allemaal een beetje betaalbaar blijft.
Maar is “Lieve pap / lieve mam, vandaag nemen we afscheid van je. Je hebt een goed betaalbaar leven geleefd. Dank je wel dat je de maatschappij niet teveel hebt gekost,” straks het grootste compliment dat boven je graf kan worden uitgesproken?
Tijd om weer eens na te denken over wat we echt belangrijk vinden en wat het leven de moeite waard maakt. En of geld daar terecht zo’n belangrijke plaats bij inneemt.

Als we leven op een rekenmachine is onze wereld afgemeten, zijn de geluiden beperkt en is afrekening het hoogste goed.

Ik bedank ervoor.

calculator

 

 

 

Share

Kapitaliseren op je eigenschappen

Ik start een nieuw en uniek traject: in het repetitielokaal kapitaliseren op je eigenschappen.

In het repetitielokaal ligt de rijkdom van vrijheid, het experiment en vind je de eeuwenoude wetten van het theater, die zijn ontleend aan de psychologie van mensen en hun interactiedynamiek.

Stel je vraag binnen het repetitielokaal en er komt een antwoord. Coaching? MD-traject? Persoonlijke ontwikkeling? Geef het de naam die je wilt, maar het bestaat nog niet. Het is een traject voor mensen die zichzelf groot onderhoud gunnen en vertrouwen op de kracht van alles wat er ‘op de vloer’ mogelijk is.

Er is slechts plaats voor 6 tot 8 mensen, die dit unieke traject kunnen volgen en die na het traject gemeenschappelijk hebben dat zij hun leven anders zullen voorzetten dan daarvoor.

Aanmoediging nodig?

foto-kier

 

Share

 

Het ‘experiment’
Een tijdje terug twitterde ik:
Een experiment waarvan de uitkomst al vast staat, is geen experiment maar een vooroordeel.
Ik had verder geen context gegeven. Ik kreeg reactie van enkele mensen. Ze waren het er mee eens.
Ik liep toen al een tijdje rond met gemengde gevoelens over een televisie-uitzending waarvan ik had gezien dat mensen deze ‘indrukwekkend’ hadden genoemd of met uitroeptekens aanmoedigden om ernaar te ‘kijken!!!’
Het gaat om  “Het grote racisme-experiment” van de omroep BNN.

Zoals uit mijn tweet blijkt, interpreteer ik een experiment als iets uitproberen met onbekende uitkomst. Je hebt een hypothese over hoe iets zou kunnen werken, maar je probeert het uit om het te weten te komen, waarbij je open staat voor een uitkomst die verschilt van je hypothese.
Nu is het experiment van BNN al eerder gedaan, namelijk door Jane Elliot in 1968. blue-green-eye-race-experimentDe uitkomsten van dat experiment heeft ze breed gedeeld. Er bestaat een website met haar naam en materiaal over het blue-eyes-brown-eyes-experiment.
Ik vroeg me dus af wat de reden zou zijn voor BNN om een al uitgevoerd experiment te herhalen. Wellicht om iets aan het licht te brengen wat nog niet bekend was?
In de introductie van de BNN-uitzending wordt echter gezegd:
“Hier in dit oude fabriekscomplex onder de rook van Schiphol, zullen 30 mensen vandaag deelnemen aan een sociaal experiment. Dertig mensen die alléén weten dat ze meedoen aan een experiment dat gefilmd zal worden. Voor de mensen met een getinte huidskleur wordt het een feest der herkenning. Een groot deel van de blanke mensen krijgt het lastig.”
Even later vraagt de presentatrice aan de betrokken observerende psychologen:
“Wat gaan we aantonen, vandaag?”
Een vraag die bij een experiment volgens mij alleen kan worden beantwoord met: “Dat weet ik nog niet, want het is een experiment, maar onze hypothese is ….”
De psycholoog in de uitzending antwoordt: “We doen dit om aan te tonen eigenlijk dat racisme eigenlijk heel sluimerend in de maatschappij aanwezig is. Dus het is niet zo dat er overal staat van ja eh… hier mogen geen gekleurde mensen zitten, dan is het heel duidelijk, maar dat je maar heel weinig hoeft te doen met mensen dat je ziet hoe sluimerend die vooroordelen eigenlijk zijn.”
Waarna de presentatrice tegen ons als kijker zegt: “En denk jij nu thuis: ‘Ik ben echt niet racistisch,’ na vanavond zal je daar echt anders over denken.”

Geen experiment dus.
Er wordt iets aangetoond. Door mensen in een geconstrueerde situatie te plaatsen, wordt aangetoond wat van tevoren al vast staat, namelijk dat mensen vooroordelen hebben en onderscheid maken.

‘Leren’ door vernedering
Vervolgens wordt de groep van dertig mensen via uitgetekende stappen door het proces geleid, waarbinnen zij geen ontsnappingsmogelijkheid hebben. Er is geen mogelijkheid om het ‘goed’ te doen. Iedereen discrimineert of ze nu bruine of blauwe ogen hebben.pop blond bruine ogen
Aan het eind zegt een deelnemer: “Ik heb over het hele experiment diepe schaamte.”

Als kijker ben ik vooral boos. Boos en verontwaardigd dat deze groep mensen is gekleineerd onder de noemer dat er iets geleerd moest worden.
Want wat moest er geleerd worden? Dat mensen discrimineren. In het experiment wordt het vernauwd tot racisme, maar discriminatie is wijdverbreid.
Dat is geen verrassing. Als mens maak je onderscheid. Mensen onder druk zetten en ze kwalijk nemen dat ze onderscheid maken op basis van generalisaties is net zoiets als een hond van een berg duwen en hem kwalijk nemen dat hij niet kan vliegen.
Mensen maken onderscheid. Je kunt niet anders. Het is niet nodig dertig mensen te vernederen om dat nog een keer aan te tonen.
teacehr_hum_ah1-copyIk had op de basisschool een onderwijzeres, die een van mijn medeleerlingen voor de klas insmeerde met alle kleuren schoolkrijt. Ik weet niet eens meer wat hij had gedaan, maar haar begeleidende tekst herinner ik me nog heel goed: “Wie niet horen wil, moet maar voelen.”

Discriminatie is een feit
Ik zeg wel eens tegen mijn kinderen: “Zebramoeders hebben het makkelijk, ze hoeven alleen maar tegen hun jongen te zeggen: kijk uit voor leeuwen en hyena’s, want die eten je op.” Wat moet je als mensenmoeder zeggen tegen je kinderen, als je ze wilt beschermen?
Onderscheid maken, maakt onderdeel uit van ons overlevingsmechanisme. Net zoals de vechten/vluchten/bevriezen-respons. Omdat die overlevingsmechanismen al oud zijn en de wereld inmiddels veel complexer is geworden, volstaat de primaire reactie niet meer als adequate verdediging en hebben we de nieuwere stukken van onze hersenen nodig om die primaire reactie beter toe te snijden op de wereld van vandaag.

Dus dat we discrimineren is een feit, een gegeven. We maken onderscheid. Miljoenen keren per dag. Ons systeem doet dat voor ons. Dat niet willen doen is net zoiets als niet willen ademen. Het gebeurt. Ons door overleving gedreven systeem, wil leren van ervaringen. En het maakt met grove streken onderscheid in wat we tegenkomen in de wereld om het te vergelijken met eerdere ervaringen of (al dan niet gevalideerde) kennis die we hebben opgedaan. Die vergelijking gaat razendsnel, niet al te zorgvuldig, met als doel ons te beschermen voor potentieel bedreigende situaties.

Als het om bedreiging gaat, gaat het allang niet meer om leven en dood. In heel veel situaties gaat het om andere gevaren, waarvan we geleerd hebben dat ze onaangenaam zijn, bijvoorbeeld omdat ze ons een slecht gevoel geven over onszelf of over onze plek in de groep. Bijvoorbeeld: afwijzing, schaamte, vernedering, niet gezien worden, geen kans krijgen of minder kans krijgen, niet kunnen voorzien in je behoefte aan warmte, genegenheid, comfort, veiligheid, identiteit, zinvol bezig zijn, liefde.
Dat zijn bedreigingen die dagelijks voorkomen en die de meeste mensen proberen te vermijden. Bijvoorbeeld door te discrimineren. Discrimineren om ervoor te zorgen dat je niet in een ongunstige situatie terecht komt of om je aan te sluiten bij een groep die goed voor je zorgt. Of die discriminatie nu effectief is of niet, gerechtvaardigd is of niet, de primaire reflex is onderscheid te maken. Door de complexiteit van de samenleving hebben we andere delen van onze hersenen nodig om verschillen te hanteren, te overbruggen, samen te werken. Tegen de primaire reflex in.

Vele soorten onderscheid
Het ‘experiment’ dat bewijst dat mensen onderscheid maken, focust bij BNN op blank en gekleurd. We maken ook onderscheid op basis van:

geslacht
Over het verschil tussen mannen en vrouwen en hoe er tegen ze wordt aangekeken is de literatuur niet aan te slepen. Een voorbeeld uit mijn ‘eigen wereld': factsheet vrouwen in films. En een video over waar elke vrouw mee te maken heeft: beeldvorming. Een fenomeen waar jongens in het onderwijs last van hebben vind je hier.

seksuele voorkeur
Over de hele wereld ondervind je problemen als je houdt van iemand van hetzelfde geslacht, variërend van sluimerend tot openlijk en zeer bedreigend.
De man die viooltjes plant op plaatsen waar geweld plaatsvond tegen mensen die homoseksueel zijn, heeft zijn handen vol: pantsy-project.

gewicht
Hoewel overgewicht een steeds algemener probleem wordt, is de beeldvorming over mensen die te dik zijn vaak negatief. Dat we dat overdragen op onze kinderen maakt onderzoek duidelijk.

minder-valide
Mensen met een fysieke of geestelijke beperking ervaren op allerlei terreinen discriminatie.  Niet alleen hier.

leeftijd
Er zijn allerlei leeftijdgerelateerde regels, rechten en plichten. Op verschillenscholierenverbodde plaatsen (zoals de arbeidsmarkt, in het verkeer, verzekeringen, vakanties, supermarkt) ondervinden ‘jongere’ of  ‘oudere’ mensen voor- of nadelen van (beeldvorming ten aanzien van) hun leeftijd.

intelligentie
Er wordt in het onderwijs onderscheid gemaakt tussen niveaus en er worden vermogens toegekend aan het hebben van meer of minder intelligentie. Het vele toetsen  (Cito, VAS, etc.) geeft richting aan hoe er met kinderen wordt omgegaan.
Dat het invloed heeft op docenten, wordt aangetoond door het onderzoek dat het ‘Pygmalion-effect blootlegde. In dit onderzoek kregen docenten te horen dat bepaalde leerlingen ‘spurters’ waren (wat we nu wellicht ‘high-potentials’ zouden noemen) en dat van die kinderen hoge resultaten konden worden verwacht. Deze leerlingen waren echter willekeurig gekozen en niet op basis van betere testresultaten. De (bewust gewekte) positieve verwachtingen van de docenten bleken een gunstig effect te hebben op de resultaten van deze leerlingen, ongeacht hun werkelijke IQ (dus ook als ze op basis van testresultaten geen high-potential waren).

introvert – extravert
Bepaalde persoonlijkheidskenmerken staan hoger aangeschreven dan andere. Spontaniteit en enthousiasme, bijvoorbeeld, worden in sommige culturen meer gewaardeerd dan verlegenheid en bedachtzaamheid.
Op de school van een van mijn kinderen was een sollicitatiecarrousel ingericht, waarbij ouders kinderen mochten beoordelen naar aanleiding van een kort gesprekje waarin het kind kwam solliciteren voor een plekje als stagiaire. In de beoordelingenreeks van onvoldoende tot uitstekend, kon bij 4 van de 6 aspecten van het gesprek (ontmoeting, houding, taalgebruik, kwaliteiten, motivatie, afscheid) alleen de hoogste score van ‘uitstekend’ worden behaald, als aan alle criteria voor ‘goed’ was voldaan PLUS: het tonen van enthousiasme. Iets wat voor kinderen die van nature extraverter zijn aanmerkelijk makkelijker is dan voor introverte kinderen.

‘hoge en lage’ cultuur
Er wordt onderscheid gemaakt tussen mensen als het gaat om smaak, beschaving, kwaliteit. Een voorbeeld hiervan wordt treffend uiteen gezet in een stuk over humor.

Deze lijst is niet uitputtend. Maar het punt is duidelijk: we maken onderscheid.

De noodzakelijke nuance
Dat we onderscheid maken omdat we niet anders kunnen, wil niet zeggen dat het altijd wenselijk is. Veel soorten onderscheid die we maken, monden uit in generalisaties, het over één kam scheren van grote groepen en onrecht doen aan personen.
Dat is beschadigend en heeft pijnlijke effecten.  Daar zijn ontelbare voorbeelden van.

Wat vaak naar voren komt is dat depersonalisatie het mogelijk maakt om te generaliseren: dus de ander niet meer zien als een individu maar als één uit een groep monzichtbaaret algemene kenmerken. Er zijn allerlei voorbeelden van situaties waarin mensen vooroordelen koesteren tegen een groep, maar het wel goed kunnen vinden met individuen uit die groep, omdat ze die goed kennen. Een collega, een buurman, een familielid met een andere kleur, gewicht, geslacht, intelligentie of seksuele voorkeur. Dat zo iemand een gezicht heeft en gekend kan worden, haalt de dreiging er blijkbaar af ten aanzien van die persoon. Helaas neemt dat niet in alle gevallen ook de vooroordelen jegens de rest van de groep weg.

Het maakt duidelijk dat er nuance nodig is. Dat steeds wanneer onze hersenen grove lijnen trekken om onderscheid te maken, we tegen onszelf moeten zeggen dat we – om de werkelijkheid geen geweld aan te doen – verder moeten kijken dan onze eerste reactie en dat elk mens een eigen, eerlijke kans verdient.

Soms kunnen we elkaar daarbij helpen.
En soms moeten we hard strijd leveren bij geïnstitutionaliseerde discriminatie en op discriminatie gebaseerd geweld.

Leren door inspiratie
Uitwassen moet je altijd aanpakken. Geweld is strafbaar. En terecht.
Soms is er een stevige prikkel nodig om iets duidelijk te maken.
Jane Elliot gaf met haar experiment in 1968 een stevige prikkel. In tegenstelling tot BNN deed ze dat niet door kinderen zonder dat ze wisten wat het experiment was, te vernederen en te kleineren. Ze vroeg de kinderen of ze een oefening wilden doen om te ervaren hoe het was om behandeld te worden zoals een gekleurde persoon behandeld werd in Amerika. De kinderen stemden toe.

De mensen in het ‘experiment’ van BNN wisten van niets.
Hadden deze mensen dit BNN-experiment nodig om iets te kunnen leren over de schadelijke effecten van discriminatie?
En was dat het, wat het experiment duidelijk maakte?
Als ik ernaar kijk, leert het experiment mij vooral dat mensen te manipuleren zijn, dat je mensen uit elkaar kunt spelen, dat je mensen dingen kunt laten doen waar ze– als ze zich aan de invloed onttrokken hebben – niet achter staan en zich voor schamen. Iets wat het Milgram experiment al op huiveringwekkende wijze heeft laten zien.
En het BNN-experiment laat weer zien dat er zoiets bestaat als ‘groupthink’, iets wat in verschillende andere experimenten ook al is aangetoond.

Als we nu weten dat mensen zich over hun primaire neiging tot zelfbescherming door te discrimineren heen zetten als ze de ander echt leren kennen, is het dan nodig om ze door vernedering en schaamte te laten leren anderen niet te vernederen? Ik geloof niet dat schaamte en vernedering leiden tot leren en verbinding. Wel tot wrok en isolatie.

Ik dank ‘god’ voor Martin Luther King, voor Mandela. Ik ben enorm blij dat Obama president is geworden. Ik ben blij met Hillary Clinton en Meryl Streeps eerbetoon aan haar. De wereld snakt naar positieve rolmodellen. Mensen met wie je je wilt identificeren. Mensen die oude beeldvorming doorbreken en ons nieuwe voorbeelden schenken.

Ik geloof niet dat je een dialoog kunt beginnen met de zin: “Je bent racistisch, weet je dat?”
Ik hou van leren door liefde. Ik hou van het Pygmalion-effect: door vertrouwen te schenken in het vermogen van mensen (zonder dat dit vermogen vooraf behoeft te worden aangetoond), ze in de gelegenheid stellen hun kwaliteiten te tonen en te groeien. Ik hou van het principe ‘practice what you preach’, want hoe kun je iemand nu door psychologisch geweld leren respectvol om te gaan met anderen?
Soms moet je een duidelijke prikkel geven, schreef ik, en het eerste experiment van Joan Elliot was zo’n duidelijke prikkel en haar boodschap is nog altijd geldig. Maar het experiment van BNN dat geen experiment was, is voor mij niet meer dan een liefdeloze vorm van reality-tv waarbij de ene morele superioriteit de andere veroordeelt onder het motto dat je daarvan moet leren.

Leren door vernedering? Nee dank je wel.
Ik leer liever door liefde. Ik ben dankbaar voor de mensen die ons dat voor-leven en leren.

no-one-is-born-hating-another-person-because-of-the-color-of-his-skin-or-his-background-or-his-religion-people-must-learn-to-hate-and-if-they-can-learn-to-hate-they-can-be-taught-to-lov

Share

Je wordt pas gehoord als je luistert

 

Ruim een jaar geleden kwam ik met haar in contact via Linkedin. Iemand plaatste een link naar een blog over haar werk als ‘Chief Listening Officer’. Alleen deze benaming riep al veel discussie op. Het artikel leidde tot 214 ‘comments’.
Wat in vredesnaam een Chief Listening Officer moest zijn. En toen duidelijk werd dat het ging om een functie van iemand die zich erop toelegt naar patiënten te luisteren in een ziekenhuisomgeving, werd de verbazing niet minder (“Moet je daar speciaal iemand voor aanstellen? Belachelijk! Dat moet elke professional in de zorg gewoon doen!”)
 
Er zijn veel discussies op linkedin. Waarom hield deze me bezig?
Ik kan mijn gedachten van toen niet meer precies terughalen. Ik vermoed dat het iets te maken heeft met het instellen van iemand specifiek met de functie om te luisteren, waardoor ik opnieuw ging nadenken over wat goed luisteren nu eigenlijk is. En met het fenomeen dat de mensen die het stevigst poneerden dat luisteren iets vanzelfsprekends moest zijn, het minst luistergedrag vertoonden in de discussie.  (Ik heb als uitgangspunt dat je ook in geschreven discussies luistergedrag kunt tonen.)
 

En zo kwam ik in contact met de vrouw met deze bijzondere functie, die kenbaar maakte dat ze een training gaf. Luisteren.
 
Afgelopen week was ik bij die training. Als ruil. Ik meeluisteren naar wat ze wilde delen over luisteren. En zij mijn mogelijkheden benutten om me in te zetten bij oefeningen rondom luistervaardigheden.
 
Luisteren is als een draadje aan een trui. Als je er aan trekt, ontdek je hoeveel eraan vast zit: alles wat zich tussen jou en de ander afspeelt, gezegd en gezwegen. Alles wat zich binnen in jou afspeelt tijdens het luisteren wat het horen beïnvloedt. Je vermogen kenbaar te maken wat je hoort, en zo ook zichtbaar te maken wat je niet gehoord hebt, en welke betekenissen je eraan geeft.
 
Tegenover me in de training zat een vrouw die met mij wilde oefenen hoe ze goed kon blijven luisteren naar een verhaal van iemand zonder te snel de aanname te doen dat ze de ander (mij) begreep. Ik noem haar Yvette. Yvette stond in de organisatie en de groep bekend als iemand die veel geeft en altijd interesse toont.
We creëerden een oefensituatie, waarin ik een verhaal vertelde als moeder van een kind dat niet goed kon meekomen op school en misschien naar bijzonder onderwijs zou moeten. Ingeleefd vertelde ik over ‘mijn’ kind en al snel zag ik aan Yvette’s gezicht dat ze meeleefde met het verhaal. Binnen enkele minuten vertelde ze over wat ze in mijn verhaal herkende en wat ze toen zelf had gedaan. Dat was niet wat ze zich had voorgenomen.
We zetten de oefensituatie stop.
In haar luisterde iemand mee, die veel herkende en wier gevoel naar de voorgrond kroop. Door aan deze innerlijke persoon (laten we haar ‘de meelever’ noemen) aandacht te besteden, lukte het Yvette om de kwaliteit van ‘de meelever’ te zien (vermogen tot inleven) en haar te begrenzen (niet het gesprek overnemen). Met nieuwe ruimte begon Yvette het gesprek met mij een tweede keer. Met precies genoeg inleving om mij te begrijpen, zonder zelf ‘vol te lopen’ met gevoel en zonder de daaruit voortvloeiende tips en adviezen.
Erkenning en gehoord worden, leken sleutelwoorden.
Ergens moet er balans zijn. Je kunt je niet eindeloos laten vollopen door verhalen van anderen en belangeloos luisteren. Dat liet het innerlijk personage van Yvette zien: de eigen behoeften. Eerst je eigen zuurstofmasker opzetten voor je anderen gaat helpen (vliegtuigreizigersinstructies).
 
 

ipod-headphones-listen

 
 

‘Wat goed dat je het de tweede keer direct kon toepassen en zo anders in het gesprek stond,’ zeiden we tegen Yvette, die onmiddellijk uitlegde waarom dat lukte.
‘Wacht even,’ zei ik. ‘Je kreeg een compliment.’
‘Ja, maar…’
‘Wacht even.’
‘Ja.’
Haar gezicht werd rustig.
Landing.
Zuurstofmaskers af.
 

Aan het eind van de dag liep ik naar de auto en zag ik dat ik een lekke band had. Nog ruim anderhalf uur te rijden en daarvoor nog een klein uur wachten op de wegenwacht. Tijd genoeg om even te zitten op een bankje, buiten, in vriendelijk septemberweer. En te mijmeren over de onwaarschijnlijke rijkdom van het luisteren.
En over die ene gedachte die in mijn hoofd bleef, nadat Yvette ongewild haar compliment niet ontving:
 

Je wordt pas gehoord als je luistert.

  
 

  

Share

empty_space
 
Gedienstig zoekt Spotlight
jouw sporen terug.
Harde virtualiteit.
13 september 2012
“Loes Wouterson, je hebt nieuwe volgers op Twitter”
 
Een ReTweet.
En nog een.
Een bericht aan mij. Met een link. Over Alzheimer.
“Ik zie dat je met dementie bezig bent. Vandaar de link.”
 
De hersenen. Jouw gebied.
Op jouw heel eigen wijze de weg weten
in al die vertakkingen
die grijze vormsels waarvan zich nog zoveel aan het zicht onttrekt.
 
En los van de materie
wat zij voortbrengen aan gedachten, gevoelens
bewustzijn
Aan logica en onlogica.
 
Eindeloze mogelijkheden en herstelmogelijkheden
en omwegen die niemand kende.
Vertakkingen en voortbrengsels uit onze eigen
walnoot
waarvan de inhoud ontstond door geboorte en ervaring
waarvan we er deelden
en nog meer deelden
want herkenning is snoezeleuforie voor ons bewustzijn.
 
Net begonnen
met die vertrouwde verkenning.
En nu.
 
Het dikke boek voor mij
dat jij me stuurde
bol van variaties op de dood
en krochten van het leven.
Hersenspinsels.
 
Een ervan bracht ik met jouw hulp
tot leven.
 
En nu.
 
Net nadat je deze zomer
voor het eerst het land betrad
waar sporen lagen
moesten liggen
in ieder geval hersensporen.
 
Daar zouden we over praten
uitwisselen
want ik was daar niet geweest;
slechts een van mijn ooms
die leefde dankzij overleven,
nu ook dood.
Hij werkte, leefde, vocht daar
een tijd.
 
Door je lichaam verraden
ben ik verplicht afscheid van je te nemen
zonder afscheid
“ik bel je volgende week”
maar een dag later was volgende week nog niet bereikt
en jouw einde wel.
 
Heeft Hij je niet gewaarschuwd
toen je dat briefje in Zijn muur stak?
 
Maar ach.
Al die vragen helpen niets meer.
En nu.
 
Ik zal mijn verlies moeten nemen.
En mogelijk nog eenmaal gestalte geven
aan een uitnodiging van jou
door jou geïnitieerd
in november.
En wie weet
als een van jouw collega’s gelijk heeft
over bewustzijn
dat onstoffelijk voortbestaat
wie weet
tref ik je daar dan toch.
  
 

  
“Er woonde liefde diep bij u in huis.
De jaren maken hoeken in een mens,
zodat hij eenmaal komt te staan ergens
op een van God verlaten wegenkruis (-)”

Achterberg

 

Share

  
Dat heb ik vaker in vakantieperiodes.
Beelden en gedachten rotzooien door elkaar heen. Hinderlijk associatief. Elke keer als ik denk dat ik het water even stil heb liggen en alles is bezonken, stuitert er wel weer een gedachte met haar kinderpootjes door m’n vijver. Helderheid en troebleringen liggen dicht bij elkaar.

Ophelia - John Everett Millais

Toen ik jong was dacht ik dat ik ooit iets alomvattends zou kunnen maken. Iets wat alles met alles zou verbinden. En alles duidelijk zou maken. Er niet aan gedacht dat je door de verbindingen het bos niet meer zou kunnen zien.

Als je opstaat met een jeugdpuistje op je kin, kun je weer even denken dat je jong bent. Maar de rest van de vijver doet niet mee.
En dan helpt het ook niet echt, beken ik eerlijk, om alle afleveringen van 7 tot en met 49up serie te bekijken. Als tijdens de hitte van deze zomer weer – onvermijdelijk, lijkt het – kinderen voorgoed onder water verdwijnen, betreuren we het kind dat ‘alles’ nog voor zich had. De 7up serie maakt duidelijk dat ‘alles’ zijn grenzen kent. Ook de zevenjarige vliegt uit binnen de wijdte die zijn wortels hem mogelijk maken. Elke zeven jaar zien de deelnemende kinderen van toen terug op hun leven, krijgen ze die “kleine gifpil” te verwerken, zoals een van de deelnemers het noemt. Ik snap hem wel. Hoe groot kan het verlangen zijn aan jezelf te ontsnappen, zo nu en dan. Hoe hevig mijn terugkerende zomerse verlangen het vermogen te hebben alles uit te kunnen wissen en opnieuw te beginnen, in helder water.
  


  
Kon de zomer duren.
Kon er niets van mij gevraagd worden.
Ik wentelde mij in troebel water
Zonder verlangen naar helder zicht.
Alleen het oog op wat voorbij kwam.
Zonder iets van mij te vragen.
 
Wat vandaag, een zomerzondag in juli van het jaar 2013, voorbij kwam, was de passie van een man zonder jeugdpuistjes.
97. Hoeveel keer 7up is dat.
“I thought my painting days were over.”
Tot er iets nieuws opdook in zijn vijver.
Zijn zoon: “I never heard him complain about his age or…. (stilte, stilte, stilte)  talk about dying at all. (stilte) He hasn’t have that in ‘em”
Pixelpainter. Grandpa. Opgedoken.
  
   

Share

Uitvreter

Zaterdag jl. verscheen in Trouw een stuk waarin minister Jet Bussemaker stelt dat “te veel vrouwen teren op de zak van hun man”.

 

Volgens het NRC deden de uitspraken van de PvdA-minister veel stof opwaaien. Dat de reuring even over een ander onderwerp ging dan het strafbaar stellen van illegalen, of de gebrekkige zintuigen van de heer Weekers die heel lang niet gezien heeft wat anderen wel zagen, zal de regering niet onwelgevallig zijn, maar dat terzijde.

 

Mevrouw Bussemaker wil vrouwen “aanspreken”, -een modern woord voor kritiek geven-, en hoewel haar kritiek niet over mij gaat (als het om financiële (on)afhankelijkheid gaat), irriteerde haar toespraak me voldoende om erover te twitteren:

twitter bussemaker

Er zijn vele punten om over te vallen, maar om er 2 te kiezen:

  • “Teveel vrouwen teren op de zak van hun man”, aldus de minister. Haar uitspraak blaast het woord ‘uitvreter’ nieuw leven in, en nu in een vrouwelijke variant. Uitvreetster. Iemand die lanterfantend door het leven gaat en zich daarvoor laat betalen door iemand die werkt (lees: wel nuttig bezig is). Wat zullen veel vrouwen die niet fulltime werken zich daarin herkennen en blij zijn dat Jet hen de spiegel voorhoudt.
  • En: “(-)vrouwen moeten ook af van dat eeuwige schuldgevoel over hun gezin. Ze zouden zich eerder schuldig moeten voelen over het feit dat de overheid zoveel in ze heeft geïnvesteerd,” aldus de minister. Wie zegt dat universitair geschoolde mensen vooral theoretisch en niet pragmatisch zijn? Hoe efficiënt van onze minister om vrouwen aan te spreken op schuldgevoel, aangezien ze daar toch al gevoelig voor bleken.

Dat de minister niet spreekt uit compassie met vrouwen die mogelijk een moeilijke toekomst (“regelrechte armoede”) tegemoet gaan als ze niet voor zichzelf kunnen zorgen na een scheiding, wordt des te meer duidelijk als ze wordt bijgevallen door haar oud-collega van Groen Links:

 

halsema

 

->   het draait om de centjes.     

  

Houdt u van ons? vroeg ik in september 2012, toen de VVD en PvdA trachtten een adequate “vertaling te maken van hun onderwijsprestaties en onderwijsniveau” zodat hun staatssecretarissen- en ministerschap iets zou opleveren voor onze maatschappij.

Het antwoord is: nee.

Nee. Want u bent een kostenpost.

U moet niet denken dat u zomaar een beetje kan leven, want al vanaf uw geboorte kost u geld en investeert de maatschappij in u. (U dacht toch niet dat die consultatiebureaus van de lucht leven?) Dus wilt u als de donder zorgen dat u snel wat gaat doen waar u belasting over moet betalen, want de rest van wat u uitvreet (excusez le mot) heeft voor de overheid die zo in u investeert geen waarde. Ook niet als ze er zelf om vragen; mantelzorgen, vrijwilligerswerk, helpen op de scholen van uw kinderen, uw kinderen een beetje netjes opvoeden zodat ze de maatschappij geen extra centjes kosten – dat is alleen maar om uw schuld aan de staat een beetje te dempen.

Als u ooit twijfelt of u een kostenpost bent, kijk dan even of er een overheidscampagne op u is gericht. Zo ja: grote kans dat u er een bent.

Mocht u zich dan nog niet schuldig genoeg voelen, bel dan postbus 51 even om te vragen waar u allemaal in tekortschiet en hoe zinloos edoch geldverslindend uw leven is.

Share