Als Acteur in het Bedrijfsleven kom ik overal. In de financiële wereld, bij de overheid, in de zorg, het onderwijs, bij groothandel en detailhandel, in de politiek, bij orkesten, goededoelenorganisaties, bibliotheken, en zo voort.
Een speciaal plekje heeft de ouderenzorg bij mij veroverd. Een sector waarin veel gebeurt, veel steun en aandacht nodig is, die er niet altijd is. Niet altijd voor de ouderen, niet altijd voor de medewerkers in deze sector, niet altijd voor direct leidinggevenden. Ik werk er graag en draag met plezier mijn steentje bij aan het welbevinden van bewoners en cliënten, en aan prettige werkomstandigheden voor medewerkers, zodat die de ruimte ervaren hun oorspronkelijke verlangen vorm te geven: goed contact maken met ouderen en hen de zorg geven die ze verdienen.
Maandag speelde ik met twee collega’s een improvisatievoorstelling in een serviceflat. Ditmaal voor bewoners zelf. Het ging over ‘hoe gaan we met elkaar om’. Het is in een tijdsperiode waarin aandacht is voor pesten onder ouderen. Bijvoorbeeld iemand negeren die aan een activiteit mee wil doen of tijdens het eten. Mopperen, kritiek geven. En welke gevoelens en beleving daaronder liggen. Een eerste aanzet tot herkenning en bespreekbaar maken. Op een verteerbare en niet moraliserende manier.
In de kleedkamer schoot ik een paar foto’s, die voor mij zo hun eigen verhaal vertellen. Onze kleedkamer was dit keer de kapsalon van de serviceflat.
Aan de ene kant: romantiek. De oude tijd. Stap de kapsalon binnen en je waant je in de jaren ’60 of ’70. Niet slecht: ouderen voelen zich vaak goed in een sfeer die herinneringen oproept aan vroeger. Reminiscentie kan helpen bij het ervaren van de eigen identiteit, bij het opmaken van de balans, bij het delen van ervaringen en beleving.
Aan de andere kant: haarkrulspelden die Tabatha - de geroemde en gevreesde expert die orde op zaken stelt in slechtlopende kapsalons – tussen de nagels van haar duim en wijsvinger zou oppakken, en met een blik van afkeuring en verontwaardiging aan de camera zou tonen.
Look at all that hair! From previous clients! Seriously?!
Als je bedenkt dat relaties stuklopen op haar in doucheputjes, -en dan zijn het nog de haren van je geliefde-, dan gun ik de oudere cliënten van deze kapsalon kraakheldere rollers in hun frisgewassen haren.
Liefde en aandacht zit soms in kleine dingen.
Denk ik.
Ik heb een knop gered.
En ik kan wel huilen.
Gisteren tweette een dierbare volger, die ik terugvolg, dat hij deze knop zou snoeien.
De reden?
De knop had het gewaagd zich “op de verkeerde plek zich zichtbaar te maken.”
Met mijn nekharen overeind (Verkeerde plek? Wie bepaalt dat?) verdedigde ik de knop. Op het blog. En boe-roepend toen de twitteraar aankondigde vandaag zijn snoeischaar ter hand te nemen.
Als laatste noodgreep tweette ik deze foto:

Waarop de twitteraar liet weten dat hij zijn snoeischaar onverrichterzake had opgeborgen. Reden: kat in de boom. Met scherpe nagels.
Het bewijs:
De knop is gered.
En ik ben blij.
En ontroerd.
Waarom?
Ik weet het niet.
Zonder mezelf op de sofa te leggen, bekijk ik mijn blijde ontroering. En stap ik straks op de fiets om mijn dochter te halen. De zon op mijn gezicht.
WWLA Brochure 2012-2013
De nieuwe brochure van de Opleiding Acteur in het Bedrijfsleven is uit.
Je kunt hem hier downloaden.
WWLA geeft nog enige weken een lentekorting op het cursusgeld.
Mijn lieve jongen. Met veel humor. Met een buslading energie, die eindeloos door wil gaan en dan vermoeid door je eigen grenzeloosheid even niets meer kan. Die in het gapende gat tussen basisschool en middelbare school is gestapt. Gestruikeld. Hard geland. En de weg eruit nog niet heeft gevonden. Die supergoed vrienden kan maken, steeds weer. Die ontdekt dat sommige vrienden geen vrienden zijn en er met je telefoon van doorgaan. Die merkt dat als je je laat afleiden je fiets is verdwenen. Je sleutels. Die goed is in kwijtraken en minder goed in zoeken. Die goed kan sporten en zichzelf skateboard trucs aanleert door naar You Tube filmpjes van Ryan Sheckler te kijken. Die zich nu staande probeert te houden op een nieuwe school, omdat de vorige niets van jou begreep en alle communicatie vastliep. Niet zo gek dat je een broertje dood hebt gekregen aan in jouw ogen ingewikkeld gepraat.
Ik zoek de weg wel met jou. Elke keer weer. Om wel te praten. Al is het kort. Of via de mail. Pingen gaat niet meer, nu, door die nare jongens. Gelukkig heb je een opa, die nog een fiets had voor je, niet zo modern als die gestolen is, maar hij fietst. En gelukkig heb je een oma, die nog een oude telefoon heeft. Geen slimme telefoon, niet smart. Maar hij kan bellen en sms’en. En gelukkig zijn er sleutelmakers. En gelukkig zijn er helpers. En gelukkig kan ik nog wel eens een briefje schrijven, een mail, en hebben we tanden om die ergens in te zetten. En gelukkig heeft je moeder vrienden en contacten om zich heen, die meeleven. Die jou leuk vinden. Die graag dingen met je willen doen, als jij dat ook wil. En die je moeder bemoedigende berichtjes sturen. Ja, sorry, via haar smartphone, schat, daar zullen we maar even niet meer aan denken. Gisteren kwam ik dit tegen en tweette dat ik er soms ook wel zo eentje wil:
En op een dag lezen we dit samen terug. En zeggen we: “Weet je nog?”
Hou je hoofd steeds omhoog
En je neus in de wind
Twee regels uit het gedichtje dat mijn vader voor mij in mijn poëzie album schreef. Doe dat, jongen. En vergeet niet wat ik altijd zeg: “Er komt altijd weer een oplossing.”
Mama
Muziektip: @StevenGort
Acteren om te ontsnappen
Een jaar of twee geleden kreeg ik een boekje van Toneelgroep Amsterdam. Daarin stonden hun plannen voor het seizoen. Ook stonden er uitspraken genoteerd van acteurs en actrices van het gezelschap. Ze vertelden over waarom spelen voor hen belangrijk is. Wat me opviel is dat ze vrijwel allemaal zeiden dat spelen hen hielp aan de werkelijkheid te ontsnappen.
Het riep allerlei gedachten bij me op. Aan de ene kant herkenning. Veel acteurs zijn menselijke sponsen. De gevoeligheid waarmee ze zichzelf kunnen doordrenken met verhalen, beleving, worstelingen en gevoelens van anderen levert een grote betrokkenheid op, die, gecombineerd met het gebrek aan invloed van elk mens op het lijden in de wereld, een lijden aan het leven kan opleveren. Logisch dat je daaraan wilt ontsnappen.
Aan de andere kant verwondering. Als we aan de werkelijkheid willen ontsnappen, waar maken we dan theater over? Waar moeten films dan over gaan?
Acteren om het leven te benaderen
Door te spelen ontsnappen aan de werkelijkheid is precies het tegenovergestelde van wat ik doe met trainingsacteren. Daarmee dring ik diep, diep tot de werkelijkheid door. Ik nader de realiteit tot op de huid.
Ik kom
- daar waar de hypotheken verkocht worden;
- daar waar stopwatches verzorgenden en verplegenden achtervolgen;
- daar waar met liefde en creativiteit contact wordt gemaakt met mensen met Alzheimer;
- daar waar gesprekken plaatsvinden met mantelzorgers over de zorgen die zij verrichten en de zorgen op hun schouders;
- daar waar onderwijzers en docenten tien-minuten-gesprekken voeren met ouders over kinderen die excelleren of juist niet meekomen, kinderen die zorgen geven;
- daar waar ontslaggesprekken worden gevoerd;
- daar waar mensen zich staande houden in complexe, bestuurlijke stroperigheid en in politieke spanningsvelden;
- daar waar mensen zich ontwikkelen en verbeteren, groeien in hun werk;
- daar waar hoogleraren studenten begeleiden en met collega’s tot overeenstemming moeten komen over prestaties;
- daar waar slachtoffergesprekken worden gevoerd;
- daar waar een medewerker de moed heeft verzameld om tegen een vertrouwenspersoon te vertellen dat hij wordt gepest op het werk;
- daar waar een leidinggevende de kracht verzamelt om op een goede manier feedback te geven;
- daar waar collega’s de variëteit in hun team ontdekken en met de lusten en de lasten daarvan omgaan;
- in de spreekkamer van de huisarts waar slecht nieuws wordt geïncasseerd, waar mensen gemotiveerd worden gezonder te leven, een verslaving op te geven, therapie vol te houden;
- daar waar mensen tot aankopen worden verleid;
- daar waar woedende, agressieve reizigers een uitdaging vormen om professioneel te handelen;
- daar waar medewerkers hun toekomst vertalen in targets en competenties;
- waar mensen een baan verwerven;
- waar conflicten worden bemiddeld;
- en en en.
Middenin de wereld. Waar duidelijk is dat drama zich niet beperkt tot goden en godinnen, koningen en koninginnen, niet tot Victoriaanse tijdperken of andere benauwenissen, niet tot oorlogen of liefdesgeschiedenissen.
Middenin de wereld. En dat is waar ik graag ben.
Diep in de werkelijkheid zijn als speler, vraagt om spel dat de realiteit zo dicht mogelijk nadert. De andere ‘spelers’ zijn immers geen acteurs. Ze zijn zichzelf in hun eigen leven en willen zichzelf zijn, zonder het gevoel te hebben zich anders te moeten voordoen.
Hoe dichter de trainingsacteur de werkelijkheid benadert, hoe sneller het gat wordt gedicht tussen acteur en de anderen. Een intense leersituatie ontstaat, waarin mensen al handelend hun eigen werkelijkheid vormgeven. En daarop kunnen reflecteren. Erin kunnen experimenteren. En waarbinnen ze kunnen kapitaliseren op hun eigenschappen en vermogens.
Liefde voor trainingsacteren
Al sinds mijn allereerste ervaringen met acteren in levensechte situaties, ruim twintig jaar geleden, ben ik geraakt door het proces dat ontstaat. De samenwerking tussen trainingsacteur en de ander, die in zijn eigen leven(swerkelijkheid) staat en waarbinnen de trainingsacteur met zijn gedrag en beleving een voorstelbare waarheid wordt. Iemand die in de werkelijkheid voorkomt of voor kan komen. Iemand die de kern van de situatie helpt oproepen, en een appel doet op gedrag en emoties bij de ander.
Het blijft me boeien te zien hoe mensen op kunnen gaan in de nagebootste situatie en hierin te gaan handelen, experimenteren en creatief te worden. Het ontroert wanneer mensen door het spel steeds meer in en achter de werkelijkheid zien, doordat de situatie even stilgezet kan worden, van meerdere kanten bekeken wordt, door er tegenaan te schoppen, erom te lachen of door iets uit te proberen waar ze nooit aan hadden gedacht. En het maakt ronduit gelukkig wanneer mensen vrijheden ontdekken die ze nog niet eerder hebben ervaren. Vrijheid om dingen anders te zien, anders te doen en anders te beleven.
Levensechtheid leren
In de Opleiding Acteur in het Bedrijfsleven van WWLA geven we vele soorten lessen om het vak van trainingsacteur te leren. De rode draad: eerlijk spel. Impactvol door een hoog werkelijkheidsgehalte. Spel dat bestaat uit gedrag, uit belangen die dat gedrag aansturen, uit bijpassende gedachten, beleving en logica, voortkomend uit het existentiële bewustzijn over: ‘wat betekent het voor mij als ik dit gedrag zou moeten opgeven?’
Spel waardoor je een waarachtig en impactvol klankbord bent voor de ander, die in zijn eigen, echte leven zit.
Geen publiek dat op een tribune zit, of in een bioscoopzaal. Geen toeschouwer die blij is dat hij jouw personage niet is, en opgelucht dat hij niet de problemen heeft die de toneelpersonages uitvechten, of die verlangt naar een ander leven dan het eigen leven (‘net als in de film, ik wil het, net als in de film’).
Wel mensen die midden in hun leven staan, waar je als trainingsacteur al spelend deel van uitmaakt; vele levens levend. Middenin de werkelijkheid. Middenin de wereld.
De Spelles. In werkelijkheid.
Een van de lessen in de WWLA Opleiding om het wezen van je spelerschap te ervaren is De Spelles. Spelen, los van alle modellen, theorieën en rollenspelsituaties.
Ik vraag de WWLA studenten: kies een film-/televisie- of toneelscène die je raakt. Beschrijf de scène en vertel waarom die je raakt. Ik schrijf vervolgens de scènes van iedereen om naar een soloscène. Ik zorg dat er veel in zit: achtergrond, motieven, momenten om te zien, te horen, te incasseren, te reageren. Ik kies twee muzieknummers, een voor het begin en een voor het eind. Nummers die de studenten nog niet hebben gehoord en waardoor ze zich op de dag van De Spelles kunnen laten beïnvloeden, ontregelen en voeden.
Kortom, een rijke spelsituatie, met een raamwerk om organisch van het ene naar het andere moment te gaan. Natuurlijk, beweeglijk, vanzelfsprekend en intens. Geen vlucht uit de werkelijkheid, maar ontdekken dat spelen intensief en bewust leven is. Diep de werkelijkheid in. Die je daarna weer los mag laten.
Een speeltuin.
“Het was heerlijk,” hoorde ik meerdere deelnemers zeggen na De Spelles van afgelopen vrijdag. De vijfde in ons vijfjarig WWLA-bestaan.
En dat was het. Een bijzondere dag. Waarin spelers vrijheid en ruimte van handelen ontdekten binnen het spelen.
Spelen. Een vrijplaats.
Voor spelers.
En voor mensen die geen acteur zijn.
Doen jullie mee? Was de vraag op Twitter met een link naar waar ik dan aan mee kon doen.
Het was vroeg in de ochtend. De randen van de dag waarin je als ouder het rijk nog even alleen hebt, zolang de kinderen nog in hun schuldeloze pre-waakslaap verkeren. Toen het onder andere aan mij geadresseerde Twitterberichtje met zachte marimbaklanken onder mijn aandacht kwam en me naar bovenstaande site lokte.
En zo stond ik onder de douche. Me afvragend of ik hier nu iets mee moest en ik moest al zoveel en toch kon ik mijn hersenen niet in toom houden. Die waren al vrolijk bubbelend en meanderend woorden en beelden aan het oproepen en verkennen, rondom het thema ontmoeting. Uitwaaierend en terugkerend als postduiven op een missie dikten mijn fantasieën zich in tot:
Hij en Ik
en het meest markante moment van de ontmoeting.
De lengte van een douche, dat kon je nauwelijks ‘moeten’ noemen. De kritische evaluator achterwege latend, tikte ik mijn tweet, nog in dezelfde stroom van de allereerste impuls die mijn hersenen aan het huppelen hadden gebracht.
En ach ja hoe moest je ook alweer nieuwe regels maken, geen idee, dan maar met hoofdletters een nieuwe regel aangeduid. Wie je was | Toonde je rug | Meer dan je gezicht.
Het was klaar.
Hoe klaar het was, ondervond ik vandaag toen de Twitteraar die me uitnodigde mee te doen mij erop attent maakte dat ik ergens stond vermeld, met een LINKJE erbij. Zonder een clou van wat ik zou aantreffen, vond ik mijn eigen woorden terug tussen de Twittergedichten van anderen.
En zo kwam mijn impuls weer bij mij terug. En zette me opnieuw in beweging.
We schaffen huiswerk voor kinderen af.
Huis is thuis. En daar leef je. Daar moet je veilig zijn. Vrolijk. Gelukkig. Geliefd. Vrij.
Niet voor niets is het woord “overwerk” uitgevonden. Dat is werk dat je doet buiten de uren die voor werk bestemd zijn.
Huiswerkuren zijn overuren.
En niet voor niets is het begrip work-life balance in zwang gekomen.
Huiswerk verstoort de work-life balance.
Hoe kom ik bij deze wens? Mijn middelbare schooltijd ligt al geruime tijd achter me. Ik ben zelfstandig ondernemer en verantwoordelijk voor mijn eigen work-life balance.
Ik heb twee kinderen.
Gisteren hoorde ik mezelf tegen mijn dochter zeggen dat het heel normaal is dat ze school niet meer zo leuk vindt. Dat heel veel kinderen school niet zo leuk vinden. Dat je daar veel dingen moet leren waar je nu nog niet zo makkelijk van kunt zien waar je ze voor nodig hebt. Dat het de kunst is je schooltijd zelf plezierig te maken. Bijvoorbeeld door leuke contacten met vriendinnetjes, vriendjes. En door veel aandacht te besteden aan de dingen die je wel leuk vindt, ook al zijn het misschien maar kleine dingen, verdeeld over de dag.
Ze knikte gedwee. Ogen nog vol verdrietigheid, omdat ze net voor zichzelf tot de conclusie was gekomen dat ze school niet meer leuk vindt. En weet wat voor problemen het kan opleveren als je niet naar school gaat.
En hoe lang ze nog voor de boeg heeft.
Dat verdriet stak mij aan.
Hoe kan het toch, dat we in al die jaren en met alle wijsheid, er nog niet in zijn geslaagd het onderwijs leuk en aantrekkelijk te maken voor de groep waarvoor het is bedoeld: kinderen?
Een van de bloggers in mijn omgeving schreef over zijn eigen (fictieve) dood en wat hij achterliet.
Er zijn kinderen die nooit oud worden. En wat heb je als kind dan met je leven gedaan? Heb je het beste uit jezelf kunnen halen? Ben je verrijkt? Ben je gegroeid, en dan bedoel ik niet alleen lichamelijk? Heb je geleerd om met jezelf om te gaan? En met anderen? Heb je genoten van alles wat de aarde te bieden heeft? Ben je lekker veel buiten geweest? Heb je genoeg ontdekt? Heb je kunnen uitproberen wat je allemaal kunt? Motorisch, psychisch? Met je ogen, je oren, je mond, je tong, je vingers en tenen, je spieren en ingewanden?
Het is des te treuriger omdat er heel veel onderwijsprofessionals zijn die van hun vak houden en het beste voor hebben met het onderwijs. En alle onderwijshervormingen ten spijt, zijn we nog niet beland in een situatie waarin kinderen snakken naar onderwijs; die dringen om het schoolgebouw binnen te mogen; die zich gezien, gehoord en geliefd voelen en in staat worden gesteld tot volle bloei te komen.
Daar gaat dit blogbericht niets aan veranderen.
Dit bericht gaat over een wens. En die wens is: schaf het huiswerk af. Wat er geleerd moet worden op de ernstig beperkte manier waarop dat nu gebeurt, dat moet maar binnen work-tijd. Life-tijd is voor thuis. En huiswerk hoort daar niet bij.
Over #WOT (Write On Thursday): http://www.met-k.com/2012/01/12/write-on-thursday-wot-2/
Wie ben jij eigenlijk.
Die vraag wordt me als actrice wel eens gesteld, met name op het moment dat mensen zich verwonderen over hoe ik kort daarvoor een transformatie liet zien van mijzelf als trainingsactrice die nog geen personage speelt, naar personage en daarna weer terug.
Voor mij is het glashelder wie ik ben. Ik ben alles wat ik doe en een van de dingen die ik kan doen is een rol aannemen. Die verschillende rollen kan ik goed onderscheiden. Van elkaar. En van wat ik in het dagelijks gebruik ‘ik’ noem.
Toch herken ik wat ik las in het blog van Steven Gort over hoe hij iets deed waarvan hij later vond dat het niet bij hem paste, sterker nog: waarvan hij vond dat hij zichzelf ermee had verloochend.
Een herkenbaar fenomeen, dat vooral lijkt te ontstaan op het moment dat er een vorm van verantwoording speelt (ten opzichte van jezelf of van anderen).
De politicus die zegt: “Met de kennis van nu zou ik anders beslissen.”
De verdachte die tegen de rechter zegt: “Ik was mezelf niet.”
Twee mensen die de nacht deelden en zeggen: “Normaal doe ik dit nooit.”
Als je schrijft “ik had die tweet liever niet geschreven, want dit ben ik niet echt,” wie tweette het dan?
Intrigerend is dat zo’n statement suggereert dat er twee entiteiten zijn. De ‘ik’ die als echt wordt beleefd en een andere entiteit die die ‘ik’ dus kan verloochenen door iets te doen wat ‘niet echt ik’ is.
Ik moet ook denken aan wat Argyris schrijft over twee soorten actietheorieën: je voorkeurstheorie en je gebruikstheorie.
Je voorkeurstheorie is hoe je over jezelf verklaart: zo ben ik, zo denk ik over hoe je moet doen. En je gebruikstheorie is de actietheorie die uit je gedrag kan worden opgemaakt.
Een actietheorie is kort gezegd de logica omtrent gedrag: als ik x doe, gebeurt er y.
Zo kan onderdeel van je voorkeurstheorie zijn: ‘ik ben iemand die zegt waar het op staat,’ en kun je achteraf tweets van jezelf teruglezen waaruit je opmaakt: ik zeg niet altijd waar het op staat. Op het moment dat je doet wat niet overeenkomt met je voorkeurstheorie, is je gebruikstheorie in werking.
Je gebruikstheorie, zo ontdekte Argyris, wordt vaker gevoed door defensieve motieven. Bijvoorbeeld de behoefte om controle te houden, liever te winnen dan te verliezen, gezichtsverlies te voorkomen bij jezelf en anderen, rationeel te blijven in tegenstelling tot je emotioneel tonen.
Zo kan het zijn dat je je(voorkeurs)zelf verloochent, omdat dat andere stuk van jou in enkele seconden inschatte dat het nodig was je te beschermen en je aanzette om iets anders te zeggen of te doen dan je eigenlijk vindt dat je moet doen of zegt te willen.
Meestal gebeurt dat op grond van beperkt informatie. De beschermingsroutine is grotendeels geautomatiseerd om vooral geen tijd verloren te laten gaan (tijd waarin veronderstelde schade kan ontstaan). Als er later tijd is om meer informatie te betrekken, kan het dus zijn dat je erop terugkomt of afstand neemt van wat je deed.
Er zijn wetenschappers die stellen dat de vrije wil niet bestaat. In dat geval wordt het helemaal moeilijk te spreken van een ik en een niet-ik.
Chicken out
Als ik aan een kip denk, denk ik aan de karakteristieke motoriek. Kop naar voren, kop naar achteren. Ik ben er ik ben er niet ik ben er ik ben er niet.
Al is een deel van ons gedrag geautomatiseerd en kan het verdraaid lastig zijn om een voet tussen de deur van dat automatisme te krijgen, mijn voorstel is toch: let’s not chicken out.
Iets kan misschien meer of minder goed voelen, toch ga ik er voor het gemak vanuit dat alles wat je doet en laat hoort bij ‘jezelf’. Je kunt het niemand anders toeschrijven, het behoort ook niet toe aan de openbare ruimte, dus wat je doet ben je zelf.
Op het moment dat we het deden hadden we er goede redenen voor. Als die zich aan ons zicht onttrekken: laten we die redenen dan leren kennen. En ze herkennen als ze zich weer aandienen op een volgend beslismoment. En zo onszelf al doende vormgeven. En onszelf niet in de steek laten. Noch de verantwoordelijkheid voor wat we doen ergens anders leggen dan bij onszelf.
Dat doen er al genoeg.




















