Leren door vernedering. Nee, bedankt.

 

Het ‘experiment’
Een tijdje terug twitterde ik:
Een experiment waarvan de uitkomst al vast staat, is geen experiment maar een vooroordeel.
Ik had verder geen context gegeven. Ik kreeg reactie van enkele mensen. Ze waren het er mee eens.
Ik liep toen al een tijdje rond met gemengde gevoelens over een televisie-uitzending waarvan ik had gezien dat mensen deze ‘indrukwekkend’ hadden genoemd of met uitroeptekens aanmoedigden om ernaar te ‘kijken!!!’
Het gaat om  “Het grote racisme-experiment” van de omroep BNN.

Zoals uit mijn tweet blijkt, interpreteer ik een experiment als iets uitproberen met onbekende uitkomst. Je hebt een hypothese over hoe iets zou kunnen werken, maar je probeert het uit om het te weten te komen, waarbij je open staat voor een uitkomst die verschilt van je hypothese.
Nu is het experiment van BNN al eerder gedaan, namelijk door Jane Elliot in 1968. blue-green-eye-race-experimentDe uitkomsten van dat experiment heeft ze breed gedeeld. Er bestaat een website met haar naam en materiaal over het blue-eyes-brown-eyes-experiment.
Ik vroeg me dus af wat de reden zou zijn voor BNN om een al uitgevoerd experiment te herhalen. Wellicht om iets aan het licht te brengen wat nog niet bekend was?
In de introductie van de BNN-uitzending wordt echter gezegd:
“Hier in dit oude fabriekscomplex onder de rook van Schiphol, zullen 30 mensen vandaag deelnemen aan een sociaal experiment. Dertig mensen die alléén weten dat ze meedoen aan een experiment dat gefilmd zal worden. Voor de mensen met een getinte huidskleur wordt het een feest der herkenning. Een groot deel van de blanke mensen krijgt het lastig.”
Even later vraagt de presentatrice aan de betrokken observerende psychologen:
“Wat gaan we aantonen, vandaag?”
Een vraag die bij een experiment volgens mij alleen kan worden beantwoord met: “Dat weet ik nog niet, want het is een experiment, maar onze hypothese is ….”
De psycholoog in de uitzending antwoordt: “We doen dit om aan te tonen eigenlijk dat racisme eigenlijk heel sluimerend in de maatschappij aanwezig is. Dus het is niet zo dat er overal staat van ja eh… hier mogen geen gekleurde mensen zitten, dan is het heel duidelijk, maar dat je maar heel weinig hoeft te doen met mensen dat je ziet hoe sluimerend die vooroordelen eigenlijk zijn.”
Waarna de presentatrice tegen ons als kijker zegt: “En denk jij nu thuis: ‘Ik ben echt niet racistisch,’ na vanavond zal je daar echt anders over denken.”

Geen experiment dus.
Er wordt iets aangetoond. Door mensen in een geconstrueerde situatie te plaatsen, wordt aangetoond wat van tevoren al vast staat, namelijk dat mensen vooroordelen hebben en onderscheid maken.

‘Leren’ door vernedering
Vervolgens wordt de groep van dertig mensen via uitgetekende stappen door het proces geleid, waarbinnen zij geen ontsnappingsmogelijkheid hebben. Er is geen mogelijkheid om het ‘goed’ te doen. Iedereen discrimineert of ze nu bruine of blauwe ogen hebben.pop blond bruine ogen
Aan het eind zegt een deelnemer: “Ik heb over het hele experiment diepe schaamte.”

Als kijker ben ik vooral boos. Boos en verontwaardigd dat deze groep mensen is gekleineerd onder de noemer dat er iets geleerd moest worden.
Want wat moest er geleerd worden? Dat mensen discrimineren. In het experiment wordt het vernauwd tot racisme, maar discriminatie is wijdverbreid.
Dat is geen verrassing. Als mens maak je onderscheid. Mensen onder druk zetten en ze kwalijk nemen dat ze onderscheid maken op basis van generalisaties is net zoiets als een hond van een berg duwen en hem kwalijk nemen dat hij niet kan vliegen.
Mensen maken onderscheid. Je kunt niet anders. Het is niet nodig dertig mensen te vernederen om dat nog een keer aan te tonen.
teacehr_hum_ah1-copyIk had op de basisschool een onderwijzeres, die een van mijn medeleerlingen voor de klas insmeerde met alle kleuren schoolkrijt. Ik weet niet eens meer wat hij had gedaan, maar haar begeleidende tekst herinner ik me nog heel goed: “Wie niet horen wil, moet maar voelen.”

Discriminatie is een feit
Ik zeg wel eens tegen mijn kinderen: “Zebramoeders hebben het makkelijk, ze hoeven alleen maar tegen hun jongen te zeggen: kijk uit voor leeuwen en hyena’s, want die eten je op.” Wat moet je als mensenmoeder zeggen tegen je kinderen, als je ze wilt beschermen?
Onderscheid maken, maakt onderdeel uit van ons overlevingsmechanisme. Net zoals de vechten/vluchten/bevriezen-respons. Omdat die overlevingsmechanismen al oud zijn en de wereld inmiddels veel complexer is geworden, volstaat de primaire reactie niet meer als adequate verdediging en hebben we de nieuwere stukken van onze hersenen nodig om die primaire reactie beter toe te snijden op de wereld van vandaag.

Dus dat we discrimineren is een feit, een gegeven. We maken onderscheid. Miljoenen keren per dag. Ons systeem doet dat voor ons. Dat niet willen doen is net zoiets als niet willen ademen. Het gebeurt. Ons door overleving gedreven systeem, wil leren van ervaringen. En het maakt met grove streken onderscheid in wat we tegenkomen in de wereld om het te vergelijken met eerdere ervaringen of (al dan niet gevalideerde) kennis die we hebben opgedaan. Die vergelijking gaat razendsnel, niet al te zorgvuldig, met als doel ons te beschermen voor potentieel bedreigende situaties.

Als het om bedreiging gaat, gaat het allang niet meer om leven en dood. In heel veel situaties gaat het om andere gevaren, waarvan we geleerd hebben dat ze onaangenaam zijn, bijvoorbeeld omdat ze ons een slecht gevoel geven over onszelf of over onze plek in de groep. Bijvoorbeeld: afwijzing, schaamte, vernedering, niet gezien worden, geen kans krijgen of minder kans krijgen, niet kunnen voorzien in je behoefte aan warmte, genegenheid, comfort, veiligheid, identiteit, zinvol bezig zijn, liefde.
Dat zijn bedreigingen die dagelijks voorkomen en die de meeste mensen proberen te vermijden. Bijvoorbeeld door te discrimineren. Discrimineren om ervoor te zorgen dat je niet in een ongunstige situatie terecht komt of om je aan te sluiten bij een groep die goed voor je zorgt. Of die discriminatie nu effectief is of niet, gerechtvaardigd is of niet, de primaire reflex is onderscheid te maken. Door de complexiteit van de samenleving hebben we andere delen van onze hersenen nodig om verschillen te hanteren, te overbruggen, samen te werken. Tegen de primaire reflex in.

Vele soorten onderscheid
Het ‘experiment’ dat bewijst dat mensen onderscheid maken, focust bij BNN op blank en gekleurd. We maken ook onderscheid op basis van:

geslacht
Over het verschil tussen mannen en vrouwen en hoe er tegen ze wordt aangekeken is de literatuur niet aan te slepen. Een voorbeeld uit mijn ‘eigen wereld’: factsheet vrouwen in films. En een video over waar elke vrouw mee te maken heeft: beeldvorming. Een fenomeen waar jongens in het onderwijs last van hebben vind je hier.

seksuele voorkeur
Over de hele wereld ondervind je problemen als je houdt van iemand van hetzelfde geslacht, variërend van sluimerend tot openlijk en zeer bedreigend.
De man die viooltjes plant op plaatsen waar geweld plaatsvond tegen mensen die homoseksueel zijn, heeft zijn handen vol: pantsy-project.

gewicht
Hoewel overgewicht een steeds algemener probleem wordt, is de beeldvorming over mensen die te dik zijn vaak negatief. Dat we dat overdragen op onze kinderen maakt onderzoek duidelijk.

minder-valide
Mensen met een fysieke of geestelijke beperking ervaren op allerlei terreinen discriminatie.  Niet alleen hier.

leeftijd
Er zijn allerlei leeftijdgerelateerde regels, rechten en plichten. Op verschillenscholierenverbodde plaatsen (zoals de arbeidsmarkt, in het verkeer, verzekeringen, vakanties, supermarkt) ondervinden ‘jongere’ of  ‘oudere’ mensen voor- of nadelen van (beeldvorming ten aanzien van) hun leeftijd.

intelligentie
Er wordt in het onderwijs onderscheid gemaakt tussen niveaus en er worden vermogens toegekend aan het hebben van meer of minder intelligentie. Het vele toetsen  (Cito, VAS, etc.) geeft richting aan hoe er met kinderen wordt omgegaan.
Dat het invloed heeft op docenten, wordt aangetoond door het onderzoek dat het ‘Pygmalion-effect blootlegde. In dit onderzoek kregen docenten te horen dat bepaalde leerlingen ‘spurters’ waren (wat we nu wellicht ‘high-potentials’ zouden noemen) en dat van die kinderen hoge resultaten konden worden verwacht. Deze leerlingen waren echter willekeurig gekozen en niet op basis van betere testresultaten. De (bewust gewekte) positieve verwachtingen van de docenten bleken een gunstig effect te hebben op de resultaten van deze leerlingen, ongeacht hun werkelijke IQ (dus ook als ze op basis van testresultaten geen high-potential waren).

introvert – extravert
Bepaalde persoonlijkheidskenmerken staan hoger aangeschreven dan andere. Spontaniteit en enthousiasme, bijvoorbeeld, worden in sommige culturen meer gewaardeerd dan verlegenheid en bedachtzaamheid.
Op de school van een van mijn kinderen was een sollicitatiecarrousel ingericht, waarbij ouders kinderen mochten beoordelen naar aanleiding van een kort gesprekje waarin het kind kwam solliciteren voor een plekje als stagiaire. In de beoordelingenreeks van onvoldoende tot uitstekend, kon bij 4 van de 6 aspecten van het gesprek (ontmoeting, houding, taalgebruik, kwaliteiten, motivatie, afscheid) alleen de hoogste score van ‘uitstekend’ worden behaald, als aan alle criteria voor ‘goed’ was voldaan PLUS: het tonen van enthousiasme. Iets wat voor kinderen die van nature extraverter zijn aanmerkelijk makkelijker is dan voor introverte kinderen.

‘hoge en lage’ cultuur
Er wordt onderscheid gemaakt tussen mensen als het gaat om smaak, beschaving, kwaliteit. Een voorbeeld hiervan wordt treffend uiteen gezet in een stuk over humor.

Deze lijst is niet uitputtend. Maar het punt is duidelijk: we maken onderscheid.

De noodzakelijke nuance
Dat we onderscheid maken omdat we niet anders kunnen, wil niet zeggen dat het altijd wenselijk is. Veel soorten onderscheid die we maken, monden uit in generalisaties, het over één kam scheren van grote groepen en onrecht doen aan personen.
Dat is beschadigend en heeft pijnlijke effecten.  Daar zijn ontelbare voorbeelden van.

Wat vaak naar voren komt is dat depersonalisatie het mogelijk maakt om te generaliseren: dus de ander niet meer zien als een individu maar als één uit een groep monzichtbaaret algemene kenmerken. Er zijn allerlei voorbeelden van situaties waarin mensen vooroordelen koesteren tegen een groep, maar het wel goed kunnen vinden met individuen uit die groep, omdat ze die goed kennen. Een collega, een buurman, een familielid met een andere kleur, gewicht, geslacht, intelligentie of seksuele voorkeur. Dat zo iemand een gezicht heeft en gekend kan worden, haalt de dreiging er blijkbaar af ten aanzien van die persoon. Helaas neemt dat niet in alle gevallen ook de vooroordelen jegens de rest van de groep weg.

Het maakt duidelijk dat er nuance nodig is. Dat steeds wanneer onze hersenen grove lijnen trekken om onderscheid te maken, we tegen onszelf moeten zeggen dat we – om de werkelijkheid geen geweld aan te doen – verder moeten kijken dan onze eerste reactie en dat elk mens een eigen, eerlijke kans verdient.

Soms kunnen we elkaar daarbij helpen.
En soms moeten we hard strijd leveren bij geïnstitutionaliseerde discriminatie en op discriminatie gebaseerd geweld.

Leren door inspiratie
Uitwassen moet je altijd aanpakken. Geweld is strafbaar. En terecht.
Soms is er een stevige prikkel nodig om iets duidelijk te maken.
Jane Elliot gaf met haar experiment in 1968 een stevige prikkel. In tegenstelling tot BNN deed ze dat niet door kinderen zonder dat ze wisten wat het experiment was, te vernederen en te kleineren. Ze vroeg de kinderen of ze een oefening wilden doen om te ervaren hoe het was om behandeld te worden zoals een gekleurde persoon behandeld werd in Amerika. De kinderen stemden toe.

De mensen in het ‘experiment’ van BNN wisten van niets.
Hadden deze mensen dit BNN-experiment nodig om iets te kunnen leren over de schadelijke effecten van discriminatie?
En was dat het, wat het experiment duidelijk maakte?
Als ik ernaar kijk, leert het experiment mij vooral dat mensen te manipuleren zijn, dat je mensen uit elkaar kunt spelen, dat je mensen dingen kunt laten doen waar ze– als ze zich aan de invloed onttrokken hebben – niet achter staan en zich voor schamen. Iets wat het Milgram experiment al op huiveringwekkende wijze heeft laten zien.
En het BNN-experiment laat weer zien dat er zoiets bestaat als ‘groupthink’, iets wat in verschillende andere experimenten ook al is aangetoond.

Als we nu weten dat mensen zich over hun primaire neiging tot zelfbescherming door te discrimineren heen zetten als ze de ander echt leren kennen, is het dan nodig om ze door vernedering en schaamte te laten leren anderen niet te vernederen? Ik geloof niet dat schaamte en vernedering leiden tot leren en verbinding. Wel tot wrok en isolatie.

Ik dank ‘god’ voor Martin Luther King, voor Mandela. Ik ben enorm blij dat Obama president is geworden. Ik ben blij met Hillary Clinton en Meryl Streeps eerbetoon aan haar. De wereld snakt naar positieve rolmodellen. Mensen met wie je je wilt identificeren. Mensen die oude beeldvorming doorbreken en ons nieuwe voorbeelden schenken.

Ik geloof niet dat je een dialoog kunt beginnen met de zin: “Je bent racistisch, weet je dat?”
Ik hou van leren door liefde. Ik hou van het Pygmalion-effect: door vertrouwen te schenken in het vermogen van mensen (zonder dat dit vermogen vooraf behoeft te worden aangetoond), ze in de gelegenheid stellen hun kwaliteiten te tonen en te groeien. Ik hou van het principe ‘practice what you preach’, want hoe kun je iemand nu door psychologisch geweld leren respectvol om te gaan met anderen?
Soms moet je een duidelijke prikkel geven, schreef ik, en het eerste experiment van Joan Elliot was zo’n duidelijke prikkel en haar boodschap is nog altijd geldig. Maar het experiment van BNN dat geen experiment was, is voor mij niet meer dan een liefdeloze vorm van reality-tv waarbij de ene morele superioriteit de andere veroordeelt onder het motto dat je daarvan moet leren.

Leren door vernedering? Nee dank je wel.
Ik leer liever door liefde. Ik ben dankbaar voor de mensen die ons dat voor-leven en leren.

no-one-is-born-hating-another-person-because-of-the-color-of-his-skin-or-his-background-or-his-religion-people-must-learn-to-hate-and-if-they-can-learn-to-hate-they-can-be-taught-to-lov

Liked this post? Follow this blog to get more. 

1 thought on “Leren door vernedering. Nee, bedankt.”

  1. Eerlijk. Ik heb de voor mij veel te grote Mandela verering voorbij laten gaan. Jij laat mij hier zien én voelen dat er wel degelijk eerlijke duiding mogelijk is. Van zijn betekenis. En van die van anderen. Dank daarvoor.

    Je post is degelijk. Voorzien van een uiterst stabiel fundament. Ik heb niet alle filmpjes en linkjes bekeken. Daar ben ik ook eerlijk in. De strekking mis ik niet. Ik ben van kort door de bocht samenvatten. Zo onthoud ik dingen: (1) Mensen maken onderscheid. (2) Dat onderscheid kan uitmonden in generalisaties. (3) Ieder mens verdient een eigen, eerlijke kans.

    Dank je wel voor deze post. Je geeft mij een flinke steun in de rug om mijn eigen generalisaties achter mij te laten. Ergens. Een keer.

    Jouw dierbare woorden snijden hout hier.

Comments are closed.