Actrice

Ja, het is waar: al heel jong wilde ik graag ‘toneelspeelster’ worden. Niet vanwege de rode lopers, de aandacht en de glitters, maar vooral om de ‘binnenkant’: gedachten- en gevoelslevens van de personages die ik dan zou spelen. Dus toen ik op school iets moest schrijven over een beroep, schreef ik over de toneelspeelster (en de mannelijke vorm schreef ik er netjes bij). Dat het niet makkelijk zou zijn, daar hield ik terdege rekening mee:

het beroep toneelspeelster

Vermoedelijk geschreven toen ik een jaar of 12 was.
Sindsdien is er veel gebeurd.

In 1988 studeerde ik af aan de Arnhemse Toneelschool (nu ArteZ). Sindsdien deed en doe ik zo’n beetje alles wat je met spelen kunt doen: acteren in theater, film, op televisie, in organisaties en bedrijven, trainingsacteren, eigen voorstellingen maken, improvisatie- en muziektheater en in coachingstrajecten.

Van alles wat ik doe, blijft spelen mijn grote liefde. Spelen biedt een ongekende vrijheid. Op de Toneelschool zei artistiek leider Anton van Geffen dat de school een vrijplaats wilde zijn. Toen was me nog niet helemaal duidelijk wat hij bedoelde. Ik vermoedde dat het iets te doen had met de mogelijkheid om te experimenteren. Met -destijds nog- het gebouw: als studenten hielpen we mee met slopen en breken en weer opbouwen en werden de ruimtes bewust niet helemaal afgewerkt. Er waren ruimtes zonder wandafwerking, met betonnen vloer, die vele, vele malen van uiterlijk veranderden, omdat er van alles mee gedaan mocht worden. Niemand was bang voor de vloerbedekking. Je hoefde niet op te passen om muren te beschadigen. Er mocht wat kapot vallen. Er kon geschilderd worden.
Toch was dat niet de vrijplaats die hij uiteindelijk bedoelde, denk ik.
Als eerstejaars worstelde ik met mijn geweten, mijn drang zorgvuldig te zijn.
“Hoe kan ik dit personage spelen? Hoe weet ik hoe zij reageert, hoe zij zich voelt, hoe zij beweegt en wat zij vindt?”
Gevolg van deze vragen was een gebrek aan spontaniteit, teveel denken en vertraging in het spel, teveel regie, te weinig leven.
Op een dag beantwoordde Anton  mijn vraag: “Hoe word ik het personage?” met: “Je bent het al.”
Een loden last viel van mij af. Je bent het al. Al handelend, impulsen volgend, scheppend, belevend, voelend en acterend gaf ik het personage vorm. Dat was de vrijplaats. Eenmaal gevonden is deze speelplek een bron van inspiratie, een weg om te kapitaliseren op mijn eigenschappen, om te experimenteren met gedrag, met gevoel, gedachten, fantasie. En daar vorm aan te geven.
Spelen.

Dat spelen fantastisch is en overal in het leven een plek kan krijgen, komt mooi naar voren in deze video:

 

 

Foto’s