What I’d do to have you near

Verliefdheid is een bijzonder fenomeen. Je kunt de radio niet aanzetten of iemand zingt met passie over het verlangen de afstand tussen hem en het onderwerp van zijn verliefdheid zo klein mogelijk te maken. Huid op huid is niet genoeg. Totaal van de ander doordrongen zijn, lijkt het enige dat de liefdeshonger kan bevredigen.

 

 


 
 

In mijn werk als coach en trainingsacteur ervaren mensen soms onoverbrugbare afstanden tussen zichzelf en de ander, op wie ze niet zelden toch zijn aangewezen. Hoe bereik ik de ander? Hoe dring ik tot de ander door? Hoe kan ik iets van mezelf kenbaar maken, waardoor de ander iets van mij meeneemt in wat hij denkt en doet?

Nu ik deze twee observaties na elkaar geplaatst heb, zou het erop kunnen lijken, dat mensen alleen de afstand tussen elkaar kunnen overbruggen als ze verliefd zijn op elkaar.
De volgende gedachte is dan: dat blijft niet zo. En waarom is dat eigenlijk zo: dat het niet zo blijft dat mensen verliefd zijn en niets liever willen dan de afstand tussen elkaar opheffen?

Misschien is het wel iets heel praktisch. Bijvoorbeeld dat we als organismen hardnekkig streven naar balans. Dat daar polariteiten voor nodig zijn. En dat als we volledig aan de ene kant van het spectrum staan, alleen de weg naar de andere kant nog open ligt.
We zijn verliefd, we hebben elkaar nog niet, en al onze inspanningen zijn erop gericht om naar elkaar toe te gaan.
Dan heffen we de afstand op, we gaan samenwonen, het uitgangspunt is veranderd van uit elkaar zijn naar bij elkaar zijn, en alle acties die we doen zijn er nu op gericht elkaar (tijdelijk) te verlaten. Een hele andere beweging.

Terug naar de trainings- en coachingsvloer.
Er wordt veel getraind op het geven en ontvangen van feedback. Wat me opvalt is dat bijna niemand die trainingen leuk vindt. Feedback geven wordt lastig, spannend soms zelfs bedreigend, schools en onnatuurlijk en nu en dan ronduit zinloos gevonden. “Het helpt toch niet.” Tot de verbeelding sprekende voorbeelden ondersteunen de overtuiging dat feedback iets is waar je maar beter heel voorzichtig mee kan zijn, als je er al niet beter helemaal van weg kunt blijven.
Toch blijf ik door de klachten heen (“het helpt niet”, “er wordt raar op gereageerd”, “er wordt niets mee gedaan”, “het werd me niet in dank afgenomen”, “zo wens ik niet aangesproken te worden”) ook verlangen horen. Verlangen dat het wel helpt. Dat er goed op gereageerd wordt. Dat het serieus wordt genomen wat je bespreekbaar maakt. Dat de ander bereid is te investeren in goede feedback aan jou. Het verlangen echt te kunnen doordringen tot de ander. De afstand te kunnen overbruggen.
Een grote teleurstelling lijkt onder alle klachten en verlangens waarneembaar. De teleurstelling dat één keer niet genoeg is. Dan heb je je moed verzameld, iets bespreekbaar gemaakt, het werd ook begrepen, en dan blijkt dat je er nog niet mee klaar bent. Dat het nog niet zo is opgelost als je graag wilde. Dat wordt vaak als iets onrechtvaardigs beleefd. Iets wat niet zo zou horen te zijn.

En dat zou wel eens de brug kunnen zijn naar waar alle lijnen uit dit verhaal samen komen.
Dat het niet volstaat één keer de afstand te overbruggen.
Het is niet genoeg om samen te gaan wonen.
Het is niet genoeg je collega, leidinggevende of ander in je omgeving eenmaal feedback te geven op iets wat voor jou belangrijk is.
Er ontstaat altijd weer opnieuw afstand. Niet omdat het één van de onrechtvaardigheden van het leven is. Iets wat er eigenlijk niet bij hoort. Het hoort erbij. Het is natuurlijk dat je niet slechts aan een kant van het spectrum staat als er een balans mogelijk is. Dus beweeg je voortdurend tussen twee punten.
Sta je op een evenwichtsbalk, dan zijn de momenten waarop je precies in evenwicht bent schaars. Het is een voortdurend herstellen van het uit evenwicht zijn, wat je over de balk brengt.
Het contact met anderen is net zo dynamisch. Een voortdurend bewegen tussen afstand en nabijheid. De momenten dat je echt contact wilt, dat je gekend wilt worden en wilt kennen, steek je niet eenmaal de brug over. Je steekt honderden, duizenden, tienduizenden malen de brug over. En legt honderden, duizenden, tienduizenden malen de verbinding met de ander. Als dat bevredigend gebeurt, schept dat verdieping in het contact. Een band.

What I’d do to have you near, near, near.

(klik op de foto voor meer foto’s)

Liked this post? Follow this blog to get more.